Tag Archives: schrijfoefening

Voor het dodengericht

Hij begon. Een stap naar voren en een harde klap: het glas brak onder de impact.

De zaalwacht sprong op, staarde hem aan, verbijsterd, aarzelend, sprak toen opgewonden in zijn portofoon.

Ze hoefden zich niet te haasten: hij zou nergens heen gaan. Kalm pakte hij de scarabee en veegde zachtjes het glasgruis van het hartsieraad. Het rustte in zijn handpalm, vertrouwd alsof het slechts wachtte op het moment om opnieuw tot leven te komen. De verfijnde inscriptie; de hiërogliefen had hij ontcijferd: de betekenis stond in zijn hoofd gegrift, de betekenis, niet de vertaling. De historie van de uitzonderlijke scarabee, de geschiedenis van de generaal, het eerbetoon op zijn laatste reis: het was onderdeel van zijn studie geweest. De ongebruikelijke gouden zetting, een nooit opgelost mysterie. Het mysterie oplossen… het zou zijn naam vestigen, onsterfelijk maken, onsterfelijk als de scarabee. Die verleiding. Hij had naar Caïro gewild, de verzamelde historie uit het Egyption Museum willen verkennen, duiken naar de oorsprong van het raadsel, de oplossing vinden. Dat museum was nog niet hersteld van de jongste geschiedenis. Daarom was hij naar Boston gegaan, naar het Wilbour Library of Egyptology in Boston. Daar had hij, ook tot zijn eigen verassing, de aanwijzing ontsloten uit de historische archieven.

Geen zachte tikken op glad marmer, fluistering op ruwe steen, onhoorbaar in woestijnzand; Egyptische bewakers zouden blootsvoets aangesneld zijn, zonder aarzeling, geen genade. Dit waren gehaaste voetstappen, de impact op de stenen vloer gedempt door de uit kunststoffen gefabriceerde verende zolen, bijna schuchter.

‘Meneer!’

Ze waren nu met zijn drieën. De oudste had hem aangesproken. Bij IJssellandvogels tegen VVOG liepen ook suppoosten. Het was jaren terug dat hij voor het laatst een volleybalwedstrijd had bezocht.

‘Ik wil dat u het voorwerp voorzichtig neerlegt en met ons meekomt.‘ Het was dezelfde suppoost.

Het ‘voorwerp’: symbool voor schepping. Wat als hij het mis had? Met oranje hesje verplichte plantsoendienst, 100 uur? Minstens, ook als hij het bij het rechte eind had. Onweerstaanbaar. Met zijn linkerhand greep hij de zijkant van de zetting, met rechts pakte hij de scarabee… hij draaide! De minuscule naald prikte in zijn duim. Onbewust kromp hij in elkaar. De ingenieuze constructie ontrafelt, de naald zat alleen aan de zijkant. Zijn duim klopte, een allergische reactie, het moest een allergie zijn: het gif was dertig eeuwen oud. Zijn arm gevoelloos, verkrampt. Had hij het mis? Koude rilling langs zijn ruggengraat, zo moe, zijn hoofd schokte, oncontroleerbaar. De aansnellende bewakers, het was te laat. Hij viel opzij, brekend glas, gillen, alarm of bezoeker? Hij voelde dat hij het bewustzijn zou verliezen, zo koud. Die laatste zin: “Het hart wordt verzocht niet te getuigen tegen zijn eigenaar voor het dodengericht.” Had hij gelijk en zich vergist? Onomkeerbaar?

 

‘Dag Peter, ik had niet verwacht je terug te zien? In ieder geval niet zo snel.’

‘Terugzien? Bent u ook dokter? Ik voel me weer prima, nou ja de jeuk in mijn armen, maar de verpleegster zei dat het door de hechtingen kwam. Ik zal blij zijn als ze eruit zijn.’

‘Ik ben dokter Lankhorst. Je bent eerder bij mij onder behandeling geweest,’ zegt hij en maakt een aantekening op een formulier. ‘Van mijn collega begrijp dat de littekens nagenoeg zullen verdwijnen. Kun je je nog herinneren wat er in het museum…, het Rijksmuseum van Oudheden is gebeurd?’

‘Het gif doktor. Dat het na ruim 3000 jaar nog zou werken: daar had ik niet op gerekend.’

‘Het gif? Dat is interessant Peter. Hoe ben je daarmee in aanraking gekomen?’

‘Dat zat verborgen in de scarabee! Maar waarom vraagt u dat, dat heb ik toch aan de politie verteld. En waar is uw collega, doktor Vermeer? Hij zou de hechtingen eruit halen.’

‘Hij komt vanmiddag,’ zegt Lankhorst geruststellend. Hij leest opnieuw het proces verbaal van de politie. Archeoloog? ‘En, heb je het geheim opgelost Peter?’

‘Het geheime compartiment. De naald met het gif zat daarin verborgen.’

De broche, natuurlijk. ‘Daar wil ik graag meer van weten. Vindt je het goed als we daar morgen over praten Peter?’

Peter haalt zijn schouders op. ‘Als u dat wilt.’

‘Graag zelfs. Tot morgen Peter.’ Terwijl hij wegloopt neemt Lankhorst zich voor na te vragen of er een herhaling van een van de Indiana Jones avonturenfilms op tv is geweest. Meer was er niet nodig om Peters geest tot een levensecht avontuur te verleiden, helemaal als Peter zijn medicijnen niet innam.