Tag Archives: reisverhaal

Zelf doen

“Kan ik helpen met snijden?”, vraagt Annelies.
Het is de jaarlijkse week wintersport. Le Corbier Frankrijk dit keer en een heel huis voor onze groep van zes. Vandaag is het mijn beurt om voor het avondeten te zorgen. Het recept voor de quiche is aangepast op de lokaal verkrijgbare producten: het wordt een aardappel-venkel-champignon-paprika ovenschotel.
“Dat hoeft niet, de aardappels zijn al gedaan.”

“Merci Madam”, zeg ik en pak mijn bankpas en de kassabon aan. Terwijl ik naar mijn auto loop berg ik ze op in mijn portemonnee.
“Je vindt het toch niet erg dat ik hier ben gaan zitten?”, zegt Annelies als ik achter het stuur ga zitten.
“Nee hoor, gezellig.”
“Ik heb de hele reis nog niet voorin gezeten.” Ze wrijft met haar hand langzaam over het dashboard, voelt het ruw gevormde kunststof, maakt kennis met de voor haar nieuwe plek.

Ik start de auto en kijk naar Annelies. Enkele seconden gaan voorbij, dan kijkt ze naar mij, ze fronst. “Voorin moet je wel de gordel omdoen.”
“Oh.” De ogen zijn groot.
Ik lach, “anders gaat de auto piepen.”
“Als je moe bent moet je het zeggen, dan rijd ik.”
Ik zet de auto in de eerste versnelling en trek op.

In het westen worden de wolken aangelicht door de ondergaande zon, wij moeten naar het noorden. Nog 450 kilometer naar Maastricht, de snelheidsregelaar op de toegestane 130, het navigatiesysteem geeft aan dat we er om 00.05 uur zijn. Met de stuurbediening geef ik Johnny Clegg and Savuka een stem in de beperkte ruimte. “Tijd voor Afrikaanse sferen,” zeg ik.
“Wil je een dropje of pepermuntje?”, vraagt Annelies.
“Nee dank je, ik kan overal bij.”

“Zijn we al in Belgiē?”, vraagt Annelies.
“Bijna, we zitten nog net in Luxemburg.” Ik trek de middenarmsteun omhoog en pak het snoepblik uit het opbergvak. “Iemand een Ricola?”
De armsteun wil niet terug. Met een hand probeer ik orde in het opbergvak te creēren.
“Lukt het?”
Mijn vingers zitten klem tussen twee blikken en de wand van het opbergvak. “Ja hoor.”
“Zelf doen.”
… Ik trek mijn hand terug.
Annelies neemt het over.

 

De reisgenote

Stelvio in France

Het is net na halfnegen in de ochtend als ik uit het authentieke Franse hotel loop dat ter hoogte van Clermont-Ferrand in het prachtige Auvergne ligt. Zei ik ‘authentiek’? In de tijd bevroren is een betere omschrijving. Ik weet niet goed waarom ik er de vorige avond introk. Oké het was al 20.00 uur geweest en de dichtstbijzijnde stad was nog minimaal drie kwartier rijden over slingerende landwegen. En ja, ze had die combinatie van de innemende glimlach met die mysterieus donkere ogen waardoor een kamer met een tweepersoonsbed een meervoudige belofte inhoud. Ik accepteerde de kamer terwijl ik me afvroeg of er een Franse versie van Hotel California bestond: ik zou niet uit-checken! Het bleek een valse belofte: het was haar laatste handeling van die avond en ik werd overgelaten aan de gastvrijheid van het Nederlandse stel dat het hotel recent had overgenomen. Vriendelijk en doorleefd, zo zou ik ze omschrijven, net als het van rook doortrokken interieur dat uit verschillende brocante winkels bijeen geroofd leek. De folder? Die heb ik beleefd afgeslagen: het is ook zo een eind weg van Utrecht…Ik geloof dat ik afgedwaald ben.

Mijn Moto Guzzi Stelvio stond al bepakt klaar om het laatste deel van de terugreis af te leggen: 700 kilometer over kronkelende d-wegen over Luxemburg om bij Luik de snelweg op te duiken voor een laatste drempelvrij stuk. De navigatie aangesloten, tanktas vastgezet en…,  daar zat ze. Zonder iets te vragen had ze zich een plek verworven op mijn motor. Ongegeneerd was ze gaan zitten in afwachting van wat er komen zou. Even overwoog ik haar weg te sturen. Toen bedacht ik dat zij het waarschijnlijk ook niet langer bij het hotel uithield. Ik zette mijn helm op, trok mijn handschoenen aan en vertrok.   

Het was droog, droog maar fris, natte neus en koude over je ruggengraat fris. De zon deed zijn best door de sluierbewolking heen te branden maar slaagde daar amper in. De kronkelende rode asfaltweg lag als een uitdagend spoor door het hooggelegen heuvelachtige landschap. De Stelvio vond de route feilloos en vrat de weg onder de banden op. Door de stijgende temperatuur werd het met 9 0C bijna aangenaam, bijna! Zonder te kijken voelde ik dat zij er nog zat, veilig verscholen achter het grote scherm. De eerste 100 kilometer zat erop en het oplichtende waarschuwingslampje gaf aan dat een tankstop verstandig was. Ik stopte bij de eerste gelegenheid en zag dat de tegenoverliggende bar op deze zondagochtend open was. Dat zij niet op mijn uitnodiging inging weerhield mij er niet van om er een café te drinken. Toen ik terugkwam zat ze er nog. Ik haalde mijn schouders op en al snel waren we weer onderweg. Ik begon mij af te vragen waar zij heen wilde? Zou ze meerijden tot mijn huis? Ik had ondertussen door dat zij mijn taal niet sprak, al leek ze me wel te begrijpen. Of zou ze onderweg afscheid nemen? Onverwacht, net zo onaangekondigd als ze op de Guzzi was gaan zitten? Ik zou het vanzelf merken.

De weg veranderde: zwart asfalt, bredere wegen, meer verkeer. Ik wist dat het nog 30 km zou duren voor ik weer de landelijke wegen zou treffen. Eerst nog de drukte van een middelgrote stad door: zij trok zich er niets van aan. Het landschap ontvouwde zich weer in de pracht van het gedorste glooiende graanakkers en groene weilanden. De teller gaf aan dat er weer 150 kilometer door de Stelvio verslonden waren. Een volgend dorp vroeg om een aangepaste snelheid. Ik merkte dat mijn passagier onrustig werd. Was het een teken dat wij snel afscheid zouden nemen? Het doorgehaalde naambord gaf aan dat ik de dorpsgrens weer overschreed en ik liet de Stelvio accelereren. Tot mijn verbazing sprong zij toen van de motor, de grote groene sabelsprinkhaan. Ik zie haar lange voelsprieten nog in de wind trillen. De laatste 700 kilometer heb ik zonder reisgenoot afgelegd.

De Maaltijd: een klein theater

Het handgeschreven menu dat achter glas naast de voordeur hangt is voor mij een uitnodiging om naar binnen te gaan. Dat het acht uur ‘s avonds is en ik trek heb en op zoek ben naar een restaurant heeft ook zo zijn invloed. Het ligt in een zijstraat van een klein, authentiek dorp in de Languedoc-Roussillon. Vanaf de doorgaande weg staat aangegeven dat het de afslag naar de kerk is en een wijngaard. Hoe ik het toch gevonden heb? Het was mijn overtuiging dat er in het dorp toch minimaal een restaurant moest zijn.

Het is een huiskamer formaat restaurant waar je met twee keer vallen in de keuken belandt. Ik word vriendelijk ontvangen en krijg een tafeltje ingeklemd tussen een ouder Brits echtpaar met een zwaar accent, een tafel van vier en met uitzicht op een Frans gezelschap van vijf personen. Ik ben precies op tijd, de gasten die twee minuten na mij komen krijgen te horen dat het vol is.

Het is lang geleden dat ik Franse les in krijt op zwartbord kreeg.Vanavond begint mijn volgende les: Franse keuken. Met een beetje schutteren en mijn charmantste lach lukt het mij een voor- en hoofdgerecht te bestellen met een, ja een, glas rode wijn. Na de bestelling vraagt de gastvrouw of ik hier voor zaken ben? ‘Nee,’ antwoord ik in mijn beste Frans, ‘ik ben op vakantie.’

‘Alleen?’, is haar verbaasde antwoord. Haar intonatie en gezicht verduidelijken haar empathie.

Uit het boekje dat onopvallend prominent op mijn tafel ligt maak ik op dat het restaurant vermeld staat in een gids van beloften. Ik schrik niet, de prijzen heb ik al gezien. Het voorgerecht overtreft mijn verwachting, de wijn ook. De tafel van vier naast mij wordt bezet door een tweede Brits gezelschap. Deze groep kan ik zelfs verstaan. Naast mij krijgt de tafel van twee hun hoofdgerecht. Het is duidelijk dat ze ervan genieten: elleboog op tafel, vork in het vuist en prikken maar.

Het Franse gezelschap, contrastvol elegant gekleed in verhouding tot de niet ingezetene gasten, voert een geanimeerd gesprek. Door de korte afstand – hoeveel afstand kan je creëren met 16 zitplaatsen aan gescheiden twee- en vierpersoons tafels in een woonkamer van vier bij vijf meter? – en de ondersteunende mimiek kan ik op hoofdlijnen volgen waarover ze praten, zelfs door het te luide gekakel van de Britse tafel van vier! Ondertussen heb ik ook mijn hoofdgerecht, dat net zo proeft als het smaakvol is opgediend, opgegeten.

Wanneer ik een kwartier later na een café als afsluiter weer buiten sta heb ik € 28,50 afgerekend. Ik vind het een prima bedrag voor een geweldige maaltijd in een klein theater.