Tag Archives: overschrijven

Brandhout voor Hamer

Hamer: geen spontane boekverbranding

Het begint met brandhout, die conclusie durf ik te trekken na het teruglezen van de eerste versie van Hamer. De vraag is waar het eindigt: in de boekenkast of op de brandstapel? Maar zeg nu zelf, een boekverbranding in een maatschappij waar de verkoopcijfers van pornografische chicklits de stoutste dromen van uitgeverijen overspoeld: hoe realistisch is dat?

Geen open haard

Van mijn eerste boek, zei ik boek? Nou ja de warrige vertelling in driehonderd gebundelde bladzijden waarvan de editor het na 30 bladzijden opgaf; ik weet waar dat ‘boek’ beland is: in een nis van mijn uitdijende digitale ruimte, verbit. Er is ook een versie op papier, in een kast, in mijn woning; ik heb geen open haard.

Veel brandhout

Wat ik tot nu toe geschreven heb: de anekdotische vertellingen, de doordachte korte verhalen, de hoofdstukken van twee dikke manuscripten; wat is dat dan? Wat is er nodig om ergens leuk de brand in te krijgen, laten we zeggen een flink kampvuur waar een grote groep mensen een hele nacht en langer plezier van hebben? Juist: aanmaakhout, sprokkelhout en brandhout, veel brandhout!

The Big Picture: stapels die zwabberen

Oké, het brandhout is er. Wanneer wordt het vuurtje aangestoken? Het is een bekende verontschuldiging op voorhand: “Ervaringen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.” Mijn ervaring is dat de vorige keer het hout nog te nat was, sterker nog: ik had niet eens een stapel. Dat is waar ik nu mee bezig ben: stapelen – zeg maar de “big picture”. Zoals een proeflezer onverbloemd, daardoor onvolprezen, aangaf: “dilemma/conflict: zorg dat er tijdsdruk komt.” en “Het middenstuk is langdradig. m.i. omdat het zwabbert.” Stapels die zwabberen, daarmee krijg je een vuur niet goed aan het branden, en opschonen, nietsontziend de natte troep opschonen.

Tekstontwikkeling van eerste manuscript naar verhaal…

Een kijkje in de ontwikkeling van Hamer.

Hoe een tekst verandert na een manuscriptbeoordeling en de reacties van proeflezers van de aangepast versie? Of je moet zoeken naar de verschillen?

Huidige versie

Ingrid doet open. Hij ziet de schrik die in haar ogen verschijnt. Die blik weerspiegelt zijn gemoedstoestand, de hulpeloze verwarring en de snerpende pijn van verlies dat hij voelt. Het is een verschijning die hij zelf de deur zou wijzen, als het geen vriend zou zijn.

‘Kom binnen,’ zegt Ingrid nu zichtbaar bedroefd.

Zwijgend loopt Patrick de hal in, hangt zijn jas op en loopt de woonkamer binnen om in een hoek van de driezitsbank weg te kruipen. De stramheid in zijn kuiten en de vermoeidheid in zijn voeten dringt zich nu pas op. Zijn lichaam voelt nu ook. Hij heeft meer dan twee uur gelopen. Ingrid komt uit de keuken en zet een kop heet water met daarin een zet-het-zelftheezakje voor hem neer. Het water is nog niet eens verkleurd.

‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vraagt Ingrid zachtjes, nadat ze op een stoel is gaan zitten.

‘Op vakantie.’ Vakantie is een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’ De ontsnappingsmogelijkheid heeft hij aan Ruud te danken. Hij heeft mijn vrouw zover gekregen dat Ruud zijn motor en motorkleding vanmiddag heeft kunnen ophalen.

‘Oh.’ Ingrid knikt.

Begrijpt ze dat hij hier niet kan zijn omdat de vrijheid om niets te hoeven doen hem beangstigd? Dat hij moet vechten om hier door te komen en dat hij zelf de vijand is die hij moet verslaan? Patrick kent Ingrid goed genoeg om te weten dat ze met hem meeleeft en dat hij niet weg hoeft. Maar ze kan niets doen. Het maakt niet uit wat ze ervan vindt, het is zijn strijd. Hij neemt een slok van zijn thee en sluit zijn ogen.

Met een druk op de knop komen de twee cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceert een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens liggen van het toegestane geluid. Ze verkondigen de belofte van instant vakantie en directe vrijheid. Normaal wordt hij vrolijk van dat geluid. Nu herinnert het Patrick eraan dat hij meer vrijheid heeft dan hij handelen kan. Het rijden op de machine moet de sombere chaos in zijn hoofd verdringen; de concentratie die het rijden vraagt laat geen ruimte over voor andere gedachten. Daarom is de Stelvio zonder twijfel de beste reisgezel die hij nu kan verdragen. Hij trekt zijn handschoenen aan, schakelt de motor in zijn eerste versnelling en rijdt kalm weg. Bij de hoek van de straat steekt hij een hand op naar Ruud en Ingrid. Terwijl de motor versnelt voelt hij de koude lucht die nog in de ochtendschemering heerst in zijn gezicht. Amper een uur later rijdt hij Duitsland binnen. Op weg zonder een ander doel dan het nu achter zich te laten.

Wat de manuscriptbeoordelaar te lezen kreeg

‘Kom binnen,’ zei Ingrid nadat ze de deur had geopend.

Zwijgend liep ik de hal in, hing mijn jas op en liep de woonkamer binnen om in een hoek van de 3-zits bank weg te kruipen. De stramheid in mijn kuiten en de vermoeidheid in mijn voeten drong zich nu pas op. Mijn lichaam voelde nog wel. Ik had meer dan twee uur gelopen. Ingrid kwam uit de keuken en zette een kop heet water met daarin een zet-het-zelftheezakje voor me neer. Het water was nog niet eens verkleurd.

‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vroeg Ingrid, nadat ze op een stoel had plaatsgenomen.

‘Op vakantie,’ hoorde ik mezelf tot mijn eigen verbazing zeggen. Vakantie was een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’ De mogelijkheid had ik aan Ruud te danken. Hij had mijn vrouw zover gekregen dat hij mijn motor en motorkleding vanmiddag had kunnen ophalen.

Met een druk op de knop kwamen de twee cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceerde een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens lagen van het toegestane geluid. Ik trok mijn handschoenen aan, schakelde de motor in zijn eerste versnelling en reed kalm weg. Bij de hoek van de straat stak ik een hand op naar Ruud en Ingrid. Terwijl de motor versnelde voelde ik de koude lucht, die nog in de ochtendschemering heerste, door de motorkleding heen. Amper een uur later reed ik Duitsland binnen. Op weg zonder een ander doel dan het nu achter mij te laten.