Tag Archives: Opstaan

Geen vrolijkheid, gewoon een momentopname…

Een korte ontboekeming uit Hamer. Geen vrolijkheid. Ach, het is maar een momentopname…

Gekleed in schone kleding zit hij op de rand van zijn bed. De kamer staart hem aan en hij staart terug zonder iets te zien. Een emmer ijswater stort over hem uit; het dringt tot hem door: er is niets te zien! Het is alsof hij geen verleden heeft, nooit bestaan heeft. Geen foto aan de muur, ingelijst op de kast of ingeplakt in een boek als bewijs dat hij actief geleefd heeft. Alleen de ring aan zijn vinger als bewijs dat er iemand in zijn leven is van wie hij houdt: hij van haar, maar zij van hem? Geen kinderen die zijn naam in de toekomst dragen, niet met trots of gewoon, onachtzaam: ze zijn er niet. Als hij hier en nu sterft blijft er niets over, niets dan een vervagende herinnering, een voetnoot in de geschiedenis die binnen een generatie voorgoed uit de boeken verdwijnt. Het bed wordt opgetild, hoger en hoger. Zijn benen bungelen over de rand terwijl daaronder alleen een oneindig duistere diepte te zien is. Hij laat zich vallen.

Zijn verdoofde lichaam blijft liggen terwijl zijn ogen zoeken naar de bron van het gerinkel. Het duurt even voor hij zich realiseert dat het zijn telefoon is. Hij staat op, zijn oren leiden zijn ogen naar de mobiele telefoon, het rinkelen stopt. Stilte, twijfel over de noodzaak om de twee passen te overbruggen. Dan piept de telefoon. Het geluid: het is de piep die aangeeft dat de batterij leeg is. Hij weet niet waar de lader ligt, waar moet hij beginnen met zoeken? Hij gaat weer op bed liggen.

Het geluid van aanhoudend bonzen dringt door in zijn hoofd en Patrick opent zijn ogen. Aan het zonlicht dat opnieuw directe toegang tot zijn kamer heeft gevonden ziet hij dat de avond zijn tijd opeist. Er wordt opnieuw gebonsd: er staat beneden iemand aan de deur. Het lijkt erop dat hij weer wat energie heeft teruggevonden en hij besluit op te staan. Als hij de buitendeur opent kijkt hij in het gezicht van Lydia. Waarom is zij hier?

‘Patrick? Wat zie je er uit. Lag je te slapen?’ Haar gezichtsuitdrukking is een mengeling van bezorgdheid en verontwaardiging.

‘Eh, ja.’ Hij heeft geen idee hoe hij er uitziet.