Tag Archives: manuscriptbeoordeling

Brandhout voor Hamer

Hamer: geen spontane boekverbranding

Het begint met brandhout, die conclusie durf ik te trekken na het teruglezen van de eerste versie van Hamer. De vraag is waar het eindigt: in de boekenkast of op de brandstapel? Maar zeg nu zelf, een boekverbranding in een maatschappij waar de verkoopcijfers van pornografische chicklits de stoutste dromen van uitgeverijen overspoeld: hoe realistisch is dat?

Geen open haard

Van mijn eerste boek, zei ik boek? Nou ja de warrige vertelling in driehonderd gebundelde bladzijden waarvan de editor het na 30 bladzijden opgaf; ik weet waar dat ‘boek’ beland is: in een nis van mijn uitdijende digitale ruimte, verbit. Er is ook een versie op papier, in een kast, in mijn woning; ik heb geen open haard.

Veel brandhout

Wat ik tot nu toe geschreven heb: de anekdotische vertellingen, de doordachte korte verhalen, de hoofdstukken van twee dikke manuscripten; wat is dat dan? Wat is er nodig om ergens leuk de brand in te krijgen, laten we zeggen een flink kampvuur waar een grote groep mensen een hele nacht en langer plezier van hebben? Juist: aanmaakhout, sprokkelhout en brandhout, veel brandhout!

The Big Picture: stapels die zwabberen

Oké, het brandhout is er. Wanneer wordt het vuurtje aangestoken? Het is een bekende verontschuldiging op voorhand: “Ervaringen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.” Mijn ervaring is dat de vorige keer het hout nog te nat was, sterker nog: ik had niet eens een stapel. Dat is waar ik nu mee bezig ben: stapelen – zeg maar de “big picture”. Zoals een proeflezer onverbloemd, daardoor onvolprezen, aangaf: “dilemma/conflict: zorg dat er tijdsdruk komt.” en “Het middenstuk is langdradig. m.i. omdat het zwabbert.” Stapels die zwabberen, daarmee krijg je een vuur niet goed aan het branden, en opschonen, nietsontziend de natte troep opschonen.

Hamer: “begin opnieuw”! (2)

De conclusie van de redacteur na het lezen van het manuscript van Hamer is onverbiddelijk: “begin opnieuw”. In de vorige blog heb ik al verteld dat het mij raakte. Doordat ik ook verhaalt heb wat de redacteur inhoudelijk schreef, reken ik erop dat je begrijpt dat ik het niet met een schouderophalen afdoe. Wat ik niet verteld heb is dat ik een deel van zijn onderbouwing wegliet. Waarom? Dat doet er niet toe nu het hieronder alsnog te lezen is. Daarnaast, en misschien wel het belangrijkste, vertel ik wat ik met zijn reactie ga doen: opgeven, herschrijven of opnieuw beginnen?

Stijl

Over de stijl is het niet louter kommer en kwel: “verder valt er op de stijl niet veel aan te merken, behalve dat de taal te flets is om voor leesgenoegen te zorgen.” Nu ben ik benieuwd wat er gebeurd als er wel veel aan te merken is, maar om bij het onderwerp te blijven, de opmerking is dat de twee hoofdpersonen geen of nauwelijks herkenbare persoonlijkheid hebben. Als onderbouwing wordt aangegeven dat “het temperament, de stemming en de intenties van dat personage moet in de taal terechtkomen, zodat de taal gekleurd wordt door ironie, sarcasme, ontroering, chagrijn enzovoort.” Voor de dader onderschrijf ik die conclusie, voor de hoofdrolspeler niet. Natuurlijk, er zijn dialogen waar de tegenstelling scherper kan en het karakter of de stemming van de hoofdpersoon sterker neergezet kan worden.

De personages

De hoofdlijn is al benoemd ”persoonlijkheid”. Dat wordt ook voor twee van de belangrijkere bijrollen, de echtgenote en de vriend, genoemd. Hier om de omslag in karakter tussen het begin en het einde van het verhaal. Voor de vriend in het verhaal zie ik dat ik te grote stappen heb genomen, niet overdreven, ongeveer vier mijl… Voor de echtgenote niet, in mijn beleving, misschien, moet ik naar kijken. Het risico dat wordt aangegeven is dat een goede interactie tussen hen en de hoofdpersoon daardoor niet mogelijk is. Die interactie heeft ook invloed op de dialogen en, zo wordt benadrukt, “dat om een boeiend verbaal duel te creëren , wat elke goede dialoog moet zijn, de personages altijd tegenover elkaar gezet moeten worden, ook als de ‘goeden’ tegen over elkaar zitten.”

Plot en inhoud

Hier wordt de redacteur “streng”.  De door mij gekozen verrassende ontknoping “‘eindigt’ te open voor een thriller.” De conclusie wordt gevolgd door het advies dat het een verrassing is die in de regel niet gewaardeerd wordt door redacteuren. Mijn snelle weerwoord: “maar wel door de lezers?”, wordt ingehaald door het besef dat mijn ego ook de vingers over het toetsenbord kan laten bewegen.

Het advies waar ik mee begonnen ben: “begin opnieuw” wordt in enkele helder geformuleerde zinnen toegelicht. “Geef de hoofdpersoon een echte tegenstander, niet een spook waarmee hij niets te maken heeft. Zorg dat er meer tussen de personages gebeurt. Hoe meer intense interactie er is, des te minder komt het verhaal als een mechaniekje over. Zet uw grote kennis van het onderwerp, zowel technisch als financieel-zakelijk, in om de thriller niet alleen van spanning te voorzien maar ook van ‘inhoud’.” Een ding is duidelijk aan het eind van dit tweedelig blog: alles tussen de eerste zin en deze laatste alinea mag u snel weer vergeten. Ik ben namelijk de auteur die met het tussenstuk aan het werk wordt gezet.

De beoordeling van het manuscript van Hamer is gedaan door Hans ter Mors van Bureau Script Noordwijk.

Beoordeling Hamer: “begin opnieuw”!

Als je als schrijver je manuscript aan een redacteur voorlegt voor een beoordeling is “begin opnieuw” niet de conclusie die je wilt lezen. Het is wel wat ik afgelopen weekend las. Dat is…, ja wat is het? Wat doet het met mij? Het doet pijn. Niet zoals een gaatje bij de tandarts dat ook na het boren zeurt. Het is als de afwijzing door een geliefde. Een recente liefde die van het verkennende stadium naar consumptie is overgegaan, een liefde waarvan je gelooft dat je bij de ander past, dat er een toekomst voor samen is en dan wordt je uit die warme beloftevolle omhelzing weggeduwd! Dat zij het toch heel anders ziet en het samen leuk was, voor even. Dan wordt ik even stil… Maar niet te lang: het is slechts een verhaal niet mijn leven. Opnieuw de beoordeling lezen: wat staat er nu echt? Waarom zal het “geen toegang krijgen tot de boekenmarkt”? Au, moet ik toch naar de tandarts?

Constructie

“Het verhaal is te veel ‘constructie’, in die zin dat de lezer te goed kan zien hoe de auteur aan het timmeren is…” en “… de lezer zal zich daardoor onvoldoende betrokken voelen bij de lotgevallen van de twee hoofdpersonen.” Daar wordt een van de kernelementen van het onderscheid tot een verhaal en een goed boek geraakt: de lezer erin betrekken. De redacteur reikt de oplossing vervolgens aan: “Dat is allereerst een technische kwestie: in de scènes wordt niet bewust genoeg voor één vertelperspectief gekozen. Met een paar eenvoudige ingrepen is dit te verhelpen en dan krijgen we absoluut een beter script.” De verteltechnische fouten, of zoals de redacteur het aanduidt als ‘het dwarrelen’ van perspectief tussen de verschillende personen in een scène waardoor sommige passages verwarrend zijn.  Verwarrend? Waar heb ik dat eerder gehoord. Oké, niet meer fladderen, gewoon stevig op de stok blijven zitten. Dat ik er daarmee nog niet ben is al duidelijk geworden doordat ik de conclusie van de redacteur “begin opnieuw” al in het begin heb verklapt.

De opzet en de rol van de verteller

“Het meest opvallende van de opzet is natuurlijk dat naast de hoofdpersoon ook de dader gevolgd wordt, een aanpak die uitzonderlijk is in een thriller.” De redacteur noemt het evidente voordeel dat
doordat de lezers weten wat de dader van plan is de auteur veel spanning creëert, en laat niet na het nadeel te benoemen dat juist hierdoor het constructie-achtige van het verhaal zo nadrukkelijk aanwezig blijft. De vraag is natuurlijk hoe zorg ik ervoor dat het minder constructie wordt? Indirect geeft de redacteur een aanwijzing, namelijk zorg dat de hoofdpersoon meer karakter krijgt en waarschuwt direct dat schrijvers in de praktijk “het perspectief niet bij een krankzinnige seriemoordenaar leggen omdat dat niet geloofwaardig in te vullen is.” Het dilemma waar ik mee worstel is om het perspectief van de dader volledig te schrappen tegenover het kiezen van niet gebaande paden.

Dat ik wel vaker de gangbare oplossing negeer en kies voor een ander aanpak blijkt uit de reactie op mijn keuze voor de rol van de hoofdpersoon, waarbij ik de ik-persoon in de tegenwoordige tijd laat vertellen. Zoals ik nu begrijp is het een mogelijkheid, maar alleen door de ‘ik’ consequent te laten reageren op het hier-en-nu. Die consequentie ontbreekt door wisseling van tegenwoordige met verleden tijd en reflecties, erger nog: ik ga de mist in door een dialoog samen te vatten. Het is duidelijk dat ik hier struikel over een taalhindernis en plat op m’n bek val. Eh nee: ik ben gestruikeld en plat op mijn bek gevallen.

Hoe nu verder? Daar kom ik op terug!

De beoordeling van het manuscript van Hamer is gedaan door Hans ter Mors van Bureau Script Noordwijk.