Tag Archives: manuscript

Schrijfpauze…

Schrijfpauze, het laat weinig ruimte voor wilde fantasieën over wat er bedoeld wordt, expliciet of impliciet. De werkelijkheid is, in ieder geval voor mij, dat mijn schrijfpauze niet betekent dat ik niet meer schrijf. Zo schrijf ik voor mijn blog, geef al tikkende reacties op andermans – kan andervrouws ook ? –  schrijfsels of doe creatieve vingeroefeningen die zich bijvoorbeeld uit in een inzending voor een schrijfwedstrijd.

Het geestelijk archief

Wat het wel betekent? Het manuscript van Hamer heb ik opzij gelegd. Niet omdat ik er “klaar mee ben”. Nee, het manuscript ligt tijdelijk in het digitale archief opgeborgen. Die digitale locatie, hoe handig dat tegenwoordig ook is, is niet waar het om draait. Het opbergen in het geestelijk archief, daar draait het om. De onderbreking van aandacht op tekstopbouw, van de zoektocht naar taalvirtuositeit, de drive om een (geweldig) debuut te publiceren.

Correctieblind

Er wordt in verschillende publicaties op gewezen: er komt  een moment waarop je correctieblind wordt, blind voor je eigen schrijfsels. Dat je niet meer ziet waar de spanning wegzakt, karaktertrekken door elkaar lopen, taalkundige fouten niet meer ziet en verbeteringen feitelijk een verslechtering worden. Dat is het moment om een manuscript opzij te leggen, zoals ik heb gedaan, zes weken terug. Ik kan weer met frisse blik lezen.

Brandhout voor Hamer

Hamer: geen spontane boekverbranding

Het begint met brandhout, die conclusie durf ik te trekken na het teruglezen van de eerste versie van Hamer. De vraag is waar het eindigt: in de boekenkast of op de brandstapel? Maar zeg nu zelf, een boekverbranding in een maatschappij waar de verkoopcijfers van pornografische chicklits de stoutste dromen van uitgeverijen overspoeld: hoe realistisch is dat?

Geen open haard

Van mijn eerste boek, zei ik boek? Nou ja de warrige vertelling in driehonderd gebundelde bladzijden waarvan de editor het na 30 bladzijden opgaf; ik weet waar dat ‘boek’ beland is: in een nis van mijn uitdijende digitale ruimte, verbit. Er is ook een versie op papier, in een kast, in mijn woning; ik heb geen open haard.

Veel brandhout

Wat ik tot nu toe geschreven heb: de anekdotische vertellingen, de doordachte korte verhalen, de hoofdstukken van twee dikke manuscripten; wat is dat dan? Wat is er nodig om ergens leuk de brand in te krijgen, laten we zeggen een flink kampvuur waar een grote groep mensen een hele nacht en langer plezier van hebben? Juist: aanmaakhout, sprokkelhout en brandhout, veel brandhout!

The Big Picture: stapels die zwabberen

Oké, het brandhout is er. Wanneer wordt het vuurtje aangestoken? Het is een bekende verontschuldiging op voorhand: “Ervaringen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.” Mijn ervaring is dat de vorige keer het hout nog te nat was, sterker nog: ik had niet eens een stapel. Dat is waar ik nu mee bezig ben: stapelen – zeg maar de “big picture”. Zoals een proeflezer onverbloemd, daardoor onvolprezen, aangaf: “dilemma/conflict: zorg dat er tijdsdruk komt.” en “Het middenstuk is langdradig. m.i. omdat het zwabbert.” Stapels die zwabberen, daarmee krijg je een vuur niet goed aan het branden, en opschonen, nietsontziend de natte troep opschonen.

Tekstontwikkeling van eerste manuscript naar verhaal…

Een kijkje in de ontwikkeling van Hamer.

Hoe een tekst verandert na een manuscriptbeoordeling en de reacties van proeflezers van de aangepast versie? Of je moet zoeken naar de verschillen?

Huidige versie

Ingrid doet open. Hij ziet de schrik die in haar ogen verschijnt. Die blik weerspiegelt zijn gemoedstoestand, de hulpeloze verwarring en de snerpende pijn van verlies dat hij voelt. Het is een verschijning die hij zelf de deur zou wijzen, als het geen vriend zou zijn.

‘Kom binnen,’ zegt Ingrid nu zichtbaar bedroefd.

Zwijgend loopt Patrick de hal in, hangt zijn jas op en loopt de woonkamer binnen om in een hoek van de driezitsbank weg te kruipen. De stramheid in zijn kuiten en de vermoeidheid in zijn voeten dringt zich nu pas op. Zijn lichaam voelt nu ook. Hij heeft meer dan twee uur gelopen. Ingrid komt uit de keuken en zet een kop heet water met daarin een zet-het-zelftheezakje voor hem neer. Het water is nog niet eens verkleurd.

‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vraagt Ingrid zachtjes, nadat ze op een stoel is gaan zitten.

‘Op vakantie.’ Vakantie is een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’ De ontsnappingsmogelijkheid heeft hij aan Ruud te danken. Hij heeft mijn vrouw zover gekregen dat Ruud zijn motor en motorkleding vanmiddag heeft kunnen ophalen.

‘Oh.’ Ingrid knikt.

Begrijpt ze dat hij hier niet kan zijn omdat de vrijheid om niets te hoeven doen hem beangstigd? Dat hij moet vechten om hier door te komen en dat hij zelf de vijand is die hij moet verslaan? Patrick kent Ingrid goed genoeg om te weten dat ze met hem meeleeft en dat hij niet weg hoeft. Maar ze kan niets doen. Het maakt niet uit wat ze ervan vindt, het is zijn strijd. Hij neemt een slok van zijn thee en sluit zijn ogen.

Met een druk op de knop komen de twee cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceert een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens liggen van het toegestane geluid. Ze verkondigen de belofte van instant vakantie en directe vrijheid. Normaal wordt hij vrolijk van dat geluid. Nu herinnert het Patrick eraan dat hij meer vrijheid heeft dan hij handelen kan. Het rijden op de machine moet de sombere chaos in zijn hoofd verdringen; de concentratie die het rijden vraagt laat geen ruimte over voor andere gedachten. Daarom is de Stelvio zonder twijfel de beste reisgezel die hij nu kan verdragen. Hij trekt zijn handschoenen aan, schakelt de motor in zijn eerste versnelling en rijdt kalm weg. Bij de hoek van de straat steekt hij een hand op naar Ruud en Ingrid. Terwijl de motor versnelt voelt hij de koude lucht die nog in de ochtendschemering heerst in zijn gezicht. Amper een uur later rijdt hij Duitsland binnen. Op weg zonder een ander doel dan het nu achter zich te laten.

Wat de manuscriptbeoordelaar te lezen kreeg

‘Kom binnen,’ zei Ingrid nadat ze de deur had geopend.

Zwijgend liep ik de hal in, hing mijn jas op en liep de woonkamer binnen om in een hoek van de 3-zits bank weg te kruipen. De stramheid in mijn kuiten en de vermoeidheid in mijn voeten drong zich nu pas op. Mijn lichaam voelde nog wel. Ik had meer dan twee uur gelopen. Ingrid kwam uit de keuken en zette een kop heet water met daarin een zet-het-zelftheezakje voor me neer. Het water was nog niet eens verkleurd.

‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vroeg Ingrid, nadat ze op een stoel had plaatsgenomen.

‘Op vakantie,’ hoorde ik mezelf tot mijn eigen verbazing zeggen. Vakantie was een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’ De mogelijkheid had ik aan Ruud te danken. Hij had mijn vrouw zover gekregen dat hij mijn motor en motorkleding vanmiddag had kunnen ophalen.

Met een druk op de knop kwamen de twee cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceerde een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens lagen van het toegestane geluid. Ik trok mijn handschoenen aan, schakelde de motor in zijn eerste versnelling en reed kalm weg. Bij de hoek van de straat stak ik een hand op naar Ruud en Ingrid. Terwijl de motor versnelde voelde ik de koude lucht, die nog in de ochtendschemering heerste, door de motorkleding heen. Amper een uur later reed ik Duitsland binnen. Op weg zonder een ander doel dan het nu achter mij te laten.

Mijn weg naar schrijverschap

Mijn aanloop naar het schrijverschap is een pad waarbij ik het eindpunt nog niet bereikt heb: een gepubliceerd boek. Ondertussen heb ik geleerd dat er voor aankomende schrijvers geen routebeschrijvingen bestaat waarmee de eindbestemming gegarandeerd gevonden wordt. Het is pionieren met landkaarten waar stukken nog niet ingetekend zijn. Het is zoeken naar een schatkaart waarbij het kruisje op de juiste plek staat. De schatkaarten hebben wel een aantal terugkerend aanknopingspunten op de kaart staan.

Lees!

Lees boeken van succesvolle schrijvers, hun stijl, dialogen, plot, spanningsopbouw; lees over de techniek van schrijven, over stijl, fictie, non-fictie;  lees boeken van stilisten, die inzicht geven, verrassend zijn, verwarrend zijn. Er is zoveel te lezen!

Schrijf!

Schrijf korte verhalen of anekdotes. Schrijf een verhaal voor een schrijfwedstrijd die grenzen aan omvang, vorm of onderwerp stellen. Schrijf zonder onderbreking vanuit gevoel en corrigeer achteraf. Schrijf bedachtzaam de woorden tot zinnen aaneenrijgend. Schrijf blogs of schrijf reacties op blogs. Er is zoveel te schrijven!

Ontdek!

Schrijven is beleving neerzetten in taal. Het is creativiteit vastleggen in woorden. Een bron voor creativiteit zijn nieuwe indrukken. Verrassing en verwarring zijn de verleiders voor het schrijven van een verhaal. Ga naar buiten, kijk om je heen;  ga naar een expositie, concert of film; ontmoet mensen, sta open voor nieuwe ideeën: zwijg en luister. Er is zoveel te ontdekken!

Ik ben onderweg en denk dat ik de juiste kaart in handen heb.

Het is oké om voldoening te halen uit het bestuderen van groeiend gras, maar accepteer het risico een plant te worden.


Hamer: “begin opnieuw”! (2)

De conclusie van de redacteur na het lezen van het manuscript van Hamer is onverbiddelijk: “begin opnieuw”. In de vorige blog heb ik al verteld dat het mij raakte. Doordat ik ook verhaalt heb wat de redacteur inhoudelijk schreef, reken ik erop dat je begrijpt dat ik het niet met een schouderophalen afdoe. Wat ik niet verteld heb is dat ik een deel van zijn onderbouwing wegliet. Waarom? Dat doet er niet toe nu het hieronder alsnog te lezen is. Daarnaast, en misschien wel het belangrijkste, vertel ik wat ik met zijn reactie ga doen: opgeven, herschrijven of opnieuw beginnen?

Stijl

Over de stijl is het niet louter kommer en kwel: “verder valt er op de stijl niet veel aan te merken, behalve dat de taal te flets is om voor leesgenoegen te zorgen.” Nu ben ik benieuwd wat er gebeurd als er wel veel aan te merken is, maar om bij het onderwerp te blijven, de opmerking is dat de twee hoofdpersonen geen of nauwelijks herkenbare persoonlijkheid hebben. Als onderbouwing wordt aangegeven dat “het temperament, de stemming en de intenties van dat personage moet in de taal terechtkomen, zodat de taal gekleurd wordt door ironie, sarcasme, ontroering, chagrijn enzovoort.” Voor de dader onderschrijf ik die conclusie, voor de hoofdrolspeler niet. Natuurlijk, er zijn dialogen waar de tegenstelling scherper kan en het karakter of de stemming van de hoofdpersoon sterker neergezet kan worden.

De personages

De hoofdlijn is al benoemd ”persoonlijkheid”. Dat wordt ook voor twee van de belangrijkere bijrollen, de echtgenote en de vriend, genoemd. Hier om de omslag in karakter tussen het begin en het einde van het verhaal. Voor de vriend in het verhaal zie ik dat ik te grote stappen heb genomen, niet overdreven, ongeveer vier mijl… Voor de echtgenote niet, in mijn beleving, misschien, moet ik naar kijken. Het risico dat wordt aangegeven is dat een goede interactie tussen hen en de hoofdpersoon daardoor niet mogelijk is. Die interactie heeft ook invloed op de dialogen en, zo wordt benadrukt, “dat om een boeiend verbaal duel te creëren , wat elke goede dialoog moet zijn, de personages altijd tegenover elkaar gezet moeten worden, ook als de ‘goeden’ tegen over elkaar zitten.”

Plot en inhoud

Hier wordt de redacteur “streng”.  De door mij gekozen verrassende ontknoping “‘eindigt’ te open voor een thriller.” De conclusie wordt gevolgd door het advies dat het een verrassing is die in de regel niet gewaardeerd wordt door redacteuren. Mijn snelle weerwoord: “maar wel door de lezers?”, wordt ingehaald door het besef dat mijn ego ook de vingers over het toetsenbord kan laten bewegen.

Het advies waar ik mee begonnen ben: “begin opnieuw” wordt in enkele helder geformuleerde zinnen toegelicht. “Geef de hoofdpersoon een echte tegenstander, niet een spook waarmee hij niets te maken heeft. Zorg dat er meer tussen de personages gebeurt. Hoe meer intense interactie er is, des te minder komt het verhaal als een mechaniekje over. Zet uw grote kennis van het onderwerp, zowel technisch als financieel-zakelijk, in om de thriller niet alleen van spanning te voorzien maar ook van ‘inhoud’.” Een ding is duidelijk aan het eind van dit tweedelig blog: alles tussen de eerste zin en deze laatste alinea mag u snel weer vergeten. Ik ben namelijk de auteur die met het tussenstuk aan het werk wordt gezet.

De beoordeling van het manuscript van Hamer is gedaan door Hans ter Mors van Bureau Script Noordwijk.