Tag Archives: Boeoeoe

Lauw enthousiast

Het lijkt een vreemde bokkensprong, van ‘kinky uitspattingen’ naar een revalidatiecentrum, maar een verhaal moet eerst een fundament krijgen waarop verder gebouwd kan worden. Bovendien, hoe vaak is de de werkelijkheid heftiger dan de fictie van een schrijver?  

‘Goedemorgen,’ begroette dokter Heleen Spierout, revalidatiearts en teamhoofd van de afdeling Neurorevalidatie van het Utrechts Medisch Centrum haar collega’s vrolijk en energiek. De reactie was zoals op de meeste werklocaties om zeven uur in de ochtend: lauw enthousiast, en dit was maandagochtend. Veel mensen die haar kenden verbaasden zich niet over Heleens power op het vroege tijdstip: iedereen die elke dag tien kilometer tussen werk en huis op de fiets aflegde nadat ze een half uur in het nabijgelegen zwembad baantjes had getrokken zou een sterke conditie opbouwen. Dat klopte, alleen het fietsen en sporten deed ze om het overtollige deel van haar energie kwijt te raken voordat ze op het werk aankwam. Niemand had iets aan een behandelend arts of teamleider die door het gebouw stuiterde. Zoals zo vaak werkte “te” averechts: zij kon zich slecht focussen, de patiënten vonden dat er niet naar hun geluisterd werd – belangrijk voor het een herstelproces, zeker in de revalidatie, en daarmee een terechte klacht – en, zoals ze in haar studietijd had ervaren, werkte het geruchten over gebruik van opwekkende middelen in de hand omdat er toch een waarheid moest schuilen in de volksadagia: “wie appelen vaart, die appelen eet” en “waar rook is, is vuur”. Dat Heleen voorafgaand aan het wekelijks teamoverleg de statusrapporten van het weekend al had doorgenomen verraste geen van haar collega’s meer. ‘Uit de gesprekken in de kantine begreep ik al dat iedereen een goed weekend heeft gehad, de niet te missen randen onder de ogen van onze Lisette verraden zelfs een “heftig weekend”.

 

Extreem intiem

Dit is waar het begint, en waar kun je nu beter mee beginnen als met een erotische scène om de aandacht van een lezer naar het verhaal te trekken. Natuurlijk hou ik me aan het advies van Ilja Leonard Pfeiffer: ‘een goede seksscène gaat niet over goede seks’. Maar is het wel een seksscène…

De aanraking, extreem intiem zoals hij daar lag, volkomen hulpeloos, nog half in slaap. Soms verraste Els, zijn Els, hem. Niet dat er in hun relatie iets mis was met de sex, dat vond hij tenminste en Els klaagde niet, in ieder geval niet tegen hem. Ze woonden bijna drie jaar samen en het was ruim boven het gemiddelde feest, bovengemiddeld in relatie tot de statistieken over hoe vaak, wanneer en waar het gemiddelde stel per leeftijdsgroep en duur van de relatie “het” deden. Niet dat hij die dingen bijhield, maar het stond in een van die onderzoeken die Els hem onder de neus had geduwd uit de Cosmopolitan of Flair – of hoe het zogenoemde lifestyle magazine ook heette waar ze op geabonneerd was – en dat waren details die hij dan weer wel onthield. Om de afsluitende “beste 10 stappen om weer spanning in de relatie te brengen hadden ze enorm gelachen: zij hadden geen behoefte aan rollenspel of kinky uitspattingen nodig om de sleur te doorbreken. En toch verraste Els hem soms, zoals die ochtend. Hij was rustig blijven liggen, zogenaamd in slaap, half in dromenland, genietend.

Het advies van Ilja Leonard Pfeiffer was niet volledig. De aanvulling was: ‘dat de beleving en de gedachten van de spelers tijdens de daad veel interessanter zijn dan de beschrijving van de seks zelf’.

Boeoeoe – Proloog (2)

Zou het pijn hebben gedaan, met die motor op de auto knallen?

–dus u draait van het erf de weg op en dan rijdt de motor tegen uw auto?’ De ander stem weer.

‘Die klap! Ik zag hem niet: de zon! Wat een klap.’

De andere man keek naar de motor die zich rechtopstaand in de auto geboord had. Het achterwiel van de motor hing bijna een meter boven de grond ter hoogte van de plek waar het rechtervoorwiel van de auto had gezeten. ‘Hij moet over de auto gevlogen zijn en in het weiland terecht gekomen, maar waar?’

Dat had hij wel gehoord.

‘Boeoeoe.’

Ook dat. Nu waren ze er nog, koeien, maar hoe lang nog? Gisterenavond was het groot in het journaal: de eerste hamburgers van gekweekt vlees waren op weg naar de supermarkt. Met de stamcellen van een koe konden ze tegen de honderdduizend biefstukken produceren en het smaakte zelfs beter, volgens de fabrikant dan. De koe loeide opnieuw. Als hij dat kon horen, dan moesten zij het loeien toch ook horen? Waarom zagen ze hem dan? Waarom leek het alsof de koe– Het kraken onderbrak zijn gedachte. Het loeien van koeien klonk luid in zijn oren.

Hij had gemerkt dat hij viel, dat zijn kaken op elkaar klapten toen het vallen ophield en had niets gevoeld…

‘112. Goedenavond. U belt voor spoedeisende hulp?’

‘Hij is op de koe gevallen. De motorrijder is uit de boom gevallen,’ zei de stem; verward verbaasd.

‘Op de koe… Is er sprake van persoonlijk letsel?’

 

Boeoeoe – proloog

Spoedeisende hulp

Fock! Hij ziet me niet,” echode het in zijn helm. Hij kneep al hard in de voorrem en trapte simultaan op de achterrem voor hij bedacht dat hij van zijn leven hield, dat hij er teveel plezier in had om nu te sterven. De 250 kilo zware motor dook voorover in zijn vering en de achterband schreef een sierlijk golvende lijn van zwart rubber op het asfalt. De auto groeide, greep steeds meer ruimte van zijn zicht, Hij had zelf te hard gereden, véél te hard. Op de automatische piloot schakelde hij terug om zonder hapering op te kunnen trekken. Optrekken? Het ging pijn doen. Hij zou niet dood gaan, dat stond hij niet toe.

‘Hij is verdwenen ik heb hem niet gezien hij is verdwenen ik heb hem niet gezien hij is–”

‘Meneer, even rustig.” Een andere stem.

Inderdaad. Haal diep adem, zwijg en luister: dan zouden ze hem horen! Waarom zagen ze hem niet? Waarom zag hij niets… Het zou pijn moeten doen, er was geen pijn. Dat moest de adrenaline zijn. “Toen ik het ziekenhuis kwam voelde ik de pijn pas.”, dat hoorde je de mensen toch zeggen? Het was een ongekende ervaring, hoewel? Als hij zelf met kiespijn naar de tandarts ging was de pijn weg zodra hij in de stoel zat, wist zelfs niet meer aan welke kant hij de minuut ervoor last had gehad. De laatste keer had hij het voor de zekerheid opgeschreven. Stress was een vreemd ding… Hij mocht niet in slaap vallen, dan zouden ze hem nooit vinden. “HIER. HALLO.” Hij hoorde het niet, zijn eigen stem niet.