Hamer – De curator

Het voelt onwerkelijk. Ik ben te gast in mijn eigen kamer. Meester zit nu achter mijn bureau, in mijn stoel! De relikwieën van negen jaren van hard werken, relaties opbouwen, producten ontwikkelen en verkopen staan op de kasten uitgestald en afgebeeld op foto`s aan de wand. Grappige of mooie relatiegeschenken die ik bewaard had, modellen van producten en verschillende foto’s van mijzelf met enkele van mijn zakenrelaties. De stilte dringt tot mij door, een pijnlijke stilte. De vertrouwde geluiden ontbreken; het gezoem van machines, gedempte voetstappen op de gang, de stemmen van mijn medewerkers. Het bedrijf is een dood gebouw geworden. Meester onderbreekt mijn overpeinzing.
‘Als curator ben ik belast met het faillissementsonderzoek. Dat betekent niet alleen dat ik moet uitzoeken wat het bedrijf nog aan schulden en bezittingen heeft, ik moet ook uitzoeken wat de oorzaak van het faillissement is en of er een doorstart mogelijk is. Daarvoor heb ik de boeken doorgenomen en de inventaris opgemaakt. Er zijn echter een aantal zaken die mij nog niet duidelijk zijn.’…

… Deceptie. Desillusie. Teleurstelling. Frustratie. Dure en minder dure woorden voor mijn gevoel. Ben ik ook nog vergeten te vragen wat Meester met “een snelle doorstart” had bedoeld. Ik heb mij laten inpakken. Kortom: kut! Tegelijkertijd weet ik niet wat ik dan had moeten verwachten. Bewijs dat het een complot tegen mij is? Een gluiperige rat die er op uit is mij kapot te maken, zodat ik een reden heb om hem op zijn bek te slaan? Meester was wel afstandelijk, een regelneuker en bij vlagen onsympathiek, maar een gluiperige rat? Nee. ‘Kom! Je moet nog een bed regelen,’ spreek ik hardop tegen mezelf…
….

… Op het moment dat ik al bijna de straat uitrijd realiseer ik het me: aan de overkant van de straat staat dezelfde meid die mij voor haar papa had aangezien. Ze zal haar vader nu wel gevonden hebben!…

 

Over( )schrijven

Kriegelig verwerk ik de reacties van mijn editor. Het zijn niet de correcties op spelling en interpuncties die mij raken, het zijn de commentaren op de inhoud die als een regenbui op mijn humeur neervalt: “te bonkig”. “je verliest de lezer!”, “wat voelt hij hier?” Ze weet toch dat ik wil schrijven, niet overschrijven!

Woorden herschikt, alinea’s herschreven, zinnen die vloeien. In mijn hoofd breekt de zon door wanneer ik de tekst herlees en ervaar hoe het aan kracht gewonnen heeft. Uit een laatste wolk in mijn hoofd valt een koele druppel; ze heeft niet altijd gelijk. Er is altijd een “ik” die ook gelijk wil hebben.

De ontknoping van het boek vormt zich in mijn hoofd. Twee scenario’s vechten om het sterkste einde. Twijfel spreekt een woordje mee. De gestelde deadline vraagt om een besluit. Het sluitstuk moet raken om het verhaal te laten doorklinken: een einde dat wordt afgehamerd en nadreunt! Ben ik er klaar voor om het verhaal te laten eindigen?

Hamer – De juiste man

Het is zijn vaste gewoonte om op zaterdag naar kantoor te gaan om de financiële administratie bij te werken en zaken waar hij in de afgelopen week niet aan toegekomen was af te ronden. Alleen had hij doordeweeks nu tijd genoeg en hoort hij hier niet te zijn; het bedrijf is failliet. Zijn gedrevenheid, stiptheid, nauwkeurigheid en analytische vermogen bleken niet genoeg om dat te kunnen voorkomen…

 

Formeel mocht hij vanwege het faillissement niet in het bedrijf komen, maar op zaterdag was er nooit iemand en hij kon gewoon het pand in. Dus ging hij nog altijd elke zaterdag op dezelfde tijd naar het bedrijf. Alleen de twee weken direct nadat het faillissement was uitgesproken was hij niet gegaan, daarna was het alsof hij door een magneet werd getrokken. Zijn vrouw was het er niet mee eens: ‘Het is een obsessie geworden! …

 

Een geluid dringt tot hem door en hij blijft staan. Vergiste hij zich of hoorde hij de schuifdeur opengaan? Nee, hij vergist zich niet; de “klonk” van de schuifdeuren die tegen elkaar aan komen klinkt verbazend luid in het stille gebouw. Iets heeft de deuren doen opengaan. Zou de curator in een opwelling besloten hebben om langs te rijden? Er komt een gevoel van spijt in hem op omdat hij de deur niet achter zich heeft afgesloten. Met een zucht draait hij zich om en loopt terug in de richting van de ingang. Hij voelt de opluchting dat het niet de curator is, maar zo te zien een koerier met een pakketje die in de hal staat. Die kan hij snel afwimpelen en verzoeken het pand te verlaten. ‘Goedemorgen, waarmee kan ik u van dienst zijn?’…

 

Fischer is verrast en pakt de uitgestoken houder met de transportbon en de pen aan om te tekenen. Wie heeft hem een pakket gezonden? De bestaande klanten zijn allemaal geïnformeerd over het faillissement. ‘Hé!’, roept hij verschrikt, wanneer hij de stekende pijn in zijn duim voelt op het moment dat hij de drukknop van de pen induwt. …

 

Ongeveer 10 minuten later is hij terug, gekleed in een beschermende overall, inclusief hoezen om zijn schoenen. Met snelle slagen bindt hij de voeten van Fisscher met een stevig touw bij elkaar, tilt hem daarna in een brandweergreep op en loopt met hem het magazijn in alsof hij een lappenpop op zijn schouders draagt. Hij loopt naar de heftruck die hij geprepareerd heeft en haakt het touw dat hij om de voeten van Fisscher heeft gedaan aan de haak die hij tussen de lepels van de vorkheftruck heeft bevestigd. Hij gaat op de heftruck zitten en hijst Fisscher op tot zijn hoofd bijna anderhalve meter van de grond getild wordt. Daarna manoeuvreert hij de heftruck zo dat Fisscher boven een bijna een meter hoge ton hangt die midden op het klaargelegde doorzichtige plastic staat. …

‘Schuld? Welke Schuld?’, roept Fisscher, gegrepen door angst bij het zien van het uitdrukkingsloze gezicht van de man die hem hier laat bungelen.

‘Het is tijd om de schuld in te lossen,’ herhaalt deze met dezelfde emotieloze en monotone stem.

‘Schuld? Wilt u geld? Ik kan u -’ Fisscher kan zijn zin niet afmaken. De hamer raakt hem zo hard boven zijn rechterslaap dat zijn schedel een krakend geluid maakt en hij direct bewusteloos is.

 

Ongeveer 15 minuten later loopt hij als koerier met een steekwagen met een kleine ton naar een wit bestelbusje, waarvan het enige opvallende is dat er geen bedrijfsreclame op zit, en laadt de spullen in. In het gebouw heeft hij niets achtergelaten wat naar hem wijst. Niets behalve een blauwe ton met inhoud die niet overeenkomt met de aanduiding op de stelling met tientallen identiek uitziende blauwe tonnen….

 

Na een bezegelende handdruk stapt de Poolse handelaar in de auto en rijdt weg. Die domme Hollander had niet eens gezien dat er nog een elektrische reciprozaag achter de bijrijdersstoel lag. Een koopje met een bonus!

Hamer. Hoe het begint – Ontsnappen aan de werkelijkheid -

Het geluid van de zware luchthoorn overstemde het indringende lawaai van de ratelende dieselmotor en de suizende banden van de 20-tons vrachtwagen. Ik zag hoe het lichaam door de voorkant van de vrachtwagen gegrepen werd en alle botten in het lichaam verbrijzeld werden voor het, met achterlating van een bloedig spoor, onder de vrachtwagen getrokken werd. Het was een harde film waarbij niet geschuwd werd om in te zoomen, om de ontluisterende details in slow motion in de hoogst haalbare filmkwaliteit te laten zien. Ik kende de hoofdrolspeler; ik was het zelf. Ik weet niet waarom ik in beweging kwam. Empathie voor de chauffeur? Instinctieve overlevingsdrang? Mijn tweede voet stond nog niet op het trottoir of de vrachtwagen denderde op centimeters achter mijn rug langs. Ik wankelde onder de zuigende luchtklauwen van de vrachtwagen, alsof hij probeerde zijn prooi alsnog te grijpen. Zijn luchthoorn brulde mij een verwensing na.

Mijn hoofd was niet leeg. Het was een warrige brij. Losse gedachten, woorden en beelden flitsten door mijn hoofd zonder begin of eind. Het onmiskenbare diepe gegrom van de twee cilinders van een voorbijrijdende Harley Davidson was de verbinding met de werkelijkheid. Een auditieve reddingslijn in mijn apathische gedachtesoep. De herinnering aan betere tijden? Ik herkende de straat waar ik stond en begon te lopen. Hoe lang ik daar had gestaan? Geen idee!

Gisteren was ik eigenaar van een goedlopend bedrijf dat machines ontwikkelde en produceerde voor de fabricage van microchips en zonnecellen. Vandaag ben ik failliet. Correctie: mijn bedrijf is failliet. De financiële crisis was de voorbode geweest van de ondergang. …

 

… Vanochtend was de curator gekomen en had beslag gelegd en daarmee in feite mijn bedrijf overgenomen. ‘Geen zorgen,’ had de curator droog tegen hem gezegd, ‘volgens de wet vallen uw bed en beddengoed en dat van uw gezin buiten het faillissement. U kunt rustig thuis gaan slapen.’ Thuis slapen? Wist de curator dat hij een ironische grapjas was? Mijn aankomende ex was dat in ieder geval wel! Toen ik gisteravond thuiskwam stond er een voor mij vertrouwd duo voor de deur: zijn reiskoffer en -tas. Zij vertelde mij dat zijn huwelijk ook bankroet was, dat hij niet meer binnen hoefde te komen. Ik had niet eens de moeite genomen om te controleren of zij de sloten had laten veranderen. …

 

… Wat kan ik haar verwijten? Er zijn altijd minimaal twee mensen nodig om uit elkaar te groeien en daar was ik er een van. Onze relatie had ik alle ruimte gegeven om uiteen te vallen. De laatste twee jaar leefden we feitelijk alleen nog naast elkaar in hetzelfde huis. We deelden bank, bed en wederzijdse vrienden, maar echt samenzijn waarbij elkaars aanwezigheid genoeg was voor een grenzeloos geluksgevoel was een herinnering uit de eerste jaren van onze relatie; de tijd dat we nog verliefd waren. De jaren waarin het gezegde dat je aan een relatie moet werken om hem in stand te houden niet voor ons bestemd leek. De ruïne van mijn huwelijk was een nieuwe bevestiging van de waarheid van de volkswijsheid. …

 

‘Papa!’, riep de onbekende stem bevelend achter hem.

Ik draaide me om en keek stoïcijns naar de jonge meid die naar mij had geroepen. Ze stond ongeveer tien meter van me af, een puber met een ondefinieerbare leeftijd tussen de veertien en achttien jaar. Geen kind van de melancholische gothic cultuur of anarchistische punk. Ook geen zichtbare sporen van de in de grauwheid van de gereformeerde doctrine geketende jongeling, of een veelkleurig toonbeeld van wederopleving van de flowerpower. Nee, spijkerbroek met laaghangend kruis, afgedragen volgens ontwerp, frisse kleuren met boventoon van zwart; een “gewoon” modevolgend hiphop-streetdance-chillend kind. Het herfstbladrode haar en de bijpassende sproeten in het gezicht waren zo te zien wel van haar zelf. Wat wilde ze van mij?

‘Ooo…, sorry. Ik dacht dat u iemand anders was,’ sprak ze met hoorbare teleurstelling in haar stem.

“Ja, was ik maar iemand anders!”, schoot het door mijn hoofd. Zonder iets te zeggen draaide ik me om en liep verder. …

 

… ‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vroeg Ingrid, nadat ze op een stoel had plaatsgenomen.

‘Op vakantie,’ hoorde ik mezelf tot mijn eigen verbazing zeggen. Vakantie was een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’

 

Met een druk op de knop kwamen de cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceerde een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens lagen van het toegestane geluid. Ik trok mijn handschoenen aan, schakelde de motor in zijn eerste versnelling en reed kalm weg. Bij de hoek van de straat stak ik een hand op naar Ruud, een laatste groet. Terwijl de motor versnelde voelde ik de koude lucht die nog in de ochtendschemering heerste door het motorpak heen. Amper een uur later reed ik Duitsland binnen. …

Het Lot

Lot uit de loterij..

Beide pinautomaten stuk! Hoe krijgen ze dat voor elkaar? Dan maar de boekenwinkel in. Bij het daar gevestigde postagentschap kan ik ook pinnen. Dat is een flinke rij! Neem ik het risico? Mijn horloge laat zien dat ik nog 25 minuten heb tot mijn afspraak met Moniek. Zij is goedlachs en juriste, charmant en een beetje stoer, knap en vooral: ze gaat met mij uit! Met haar tapas eten in een Spaans specialiteiten restaurant en van daaruit naar de kroeg. Tegenwoordig kun je overal pinnen dus met twee euro en een pinpas op zak moet ik een heel eind komen. Wordt zij mijn lot uit de loterij?Op dat moment speelt het spookbeeld door mijn hoofd.

‘Pas ongeschikt. Betaal anders.’ De onverbiddelijkheid van de boodschap wordt niet verzacht door de vrolijke blauwe letters in het moderne zwarte LCD scherm van de pinpas lezer. Het opgelaten gevoel springt van mijn maag naar mijn borstkas waardoor het ademen moeilijk lijkt te gaan. Onverwacht waait een frisse wind langs mijn voorhoofd, nee, het is het verkoelend effect op mijn huid van de eerste minuscuul kleine zweetdruppeltjes die zich uit de poriën van mijn voorhoofd persen, waarvan de gewaarwording het ongemakkelijke gevoel alleen maar versterken. Glimlachend kijk ik opzij naar het tafeltje waaraan Moniek zit. Tot nu toe liep de avond perfect. “Een moment”, zeg ik tegen de serveerster en loop naar Moniek. Ze blijft glimlachen wanneer ik haar vraag om af te rekenen met het excuus dat het stomme apparaat mijn pinpas niet kan lezen. Terwijl ze opstaat en langs mij heen loopt richting de serveerster zie ik haar gezicht veranderen; wat een sukkel!

Ik steek mijn hand uit en trekt een volgnummer. Nog negen mensen voor mij. Waarom is er maar een balie open? Ze weten toch dat het op zaterdagochtend druk is? Voor mij staat een vrouw van midden in de dertig met een niet onaardig, bijna knap gezicht en een goed figuur. Tenminste, dat denk ik te zien aan het onderste deel van haar lichaam dat verpakt is in een strakke spijkerbroek. De dikke winterjas verhult de rest. Met haar kont voor mij heb ik tenminste iets aangenaams om naar te kijken. De gedachte komt in mij op dat er maar een element hoeft te veranderen aan de situatie om het gevoel te laten doorslaan naar ongemakkelijk of juist onpasselijk: de leeftijd. Als midden veertiger kijk je toch niet verlekkerd naar tieners óf oudere vrouwen die je moeder hadden kunnen zijn?

Het schiet al op, nog maar zes wachtende. Ik sta naast het bord met de schreeuwende reclame voor de oudejaarsloterij. Deze zorgvuldig gepositioneerde boodschap – als miljonair het nieuwe jaar in 2 x 25 miljoen!- roept weerstand bij mij op. Geldklopperij! Elk verkocht lot verkleint de kans op het winnen van de hoofdprijs, laat staan elke prijs. Een loterij wordt niet georganiseerd om deelnemers gelukkig te maken! Nee, het doel is verrijking van de organisatie om het salaris van het veelkoppige bestuur te betalen. Dat gelijktijdig een verzameling goede doelen profiteert van extra inkomsten is een commerciële succesformule gebleken. Dat alles met de staatsrechtelijke zegen van de regering die zijn niet onaanzienlijke deel met en beminnelijke glimlach incasseert. Het mag allemaal van mij: een passende vergoeding voor de werknemers en directie; donaties aan het goede doel; geld voor de staatskas; maar doe niet alsof het voor mij gedaan wordt. Nog 4 klanten voor mij. Waaronder opa. Opa wacht ook geduldig terwijl hij steunt op zijn rollator, de mobiliteitsgarantie voor de ouderen. Ik vraag me af of zijn rollator te klein is, of dat door een combinatie van ouderdomskwalen als osteoporose en reuma opa zo krom is geworden dat hij precies bij de handvaten kan. Mijn blik dwaalt weer af naar de spijkerbroek en mijn gedachten naar de inhoud ervan. Niet verhullend is de uitdrukking maar er valt genoeg te fantaseren!

“WILT U EEN STAATSLOT?”

De betrekkelijke rust in de winkel én mijn gedachten worden verstoord door de luide stem van de baliemedewerkster. Nu pas valt mij de beide vleeskleurige gehoorapparaten achter de oren van opa op. Dat ze die dingen minder opvallend maken is prima, maar zouden ze er niet beter voor kunnen zorgen dat je er beter mee kan horen?

“WILT U OOK EEN OUDEJAARSLOT”

Ik zie dat opa ja knikt. Natuurlijk zie ik het! En buiten mij is iedereen in de winkel gefascineerd door het auditief visuele schouwspel.

“HET IS WEL DUURDER. ZAL IK EEN HALF LOT DOEN?”

Opa reageert niet. Hij heeft het niet gehoord of begrepen of beide. Wat moet opa eigenlijk met het staatslot?

“EEN HALF LOT KOST 14 EURO. MAAR DE PRIJS IS WEL HOGER, 25 MILJOEN EN OOK VOOR DE JACKPOT”

Ik zie dat opa knikt. Wat moet opa eigenlijk met 25 miljoen? Een dikke sportrollator kopen? Een gouden gehoorapparaat? Geeft zijn hart niet de laatste vreugdeklappen als zijn hoofd begrijpt dat hij de hoofdprijs heeft gewonnen? Gaat hij het weggeven aan zijn kleinkinderen die hij al 6 maanden niet heeft gezien omdat ze zo druk zijn met buitenschoolse activiteiten? De loterij maakt zelf slachtoffers onder de ouden van dagen. Ha, opa neemt met bevende hand zijn lot in ontvangst. Overtuigd dat hij de prijs heeft of parkinson?

Even later is spijkerbroek aan de beurt. Zij is snel klaar en ik kijk de broek na als ze wegloopt.

“Waarmee kan ik u van dienst zijn?”, vraagt de baliemedewerkster.

“Ik wil graag 150 euro opnemen en geef ook maar een straatje oudejaarsloten.”

 

Een kort verhaal…

Een vertelling met een kop en een staart in een maximum aantal woorden?
Waarvoor een begin en eind of grens?
Een (niet) alledaagse beleving beeldend in woorden verhaald ?
Wat is er mis met het alledaagse of fictie?
Een met drift uitgeschreven oratie over vermeend (on)recht?
Waarom geen gepassioneerd stuk over hobby of (kunst)(werk)?
Een essay vanuit verleden naar heden afgebakend door stijlregels?
Waarvoor kiezen voor ketens wanneer de taal alle vrijheid biedt?

Twee dingen zijn het niet: gedicht of boek!

1 4 5 6