Het brullen van de gorilla

De zuigende aarde rooft de schoenen van de voeten.

Zit ik op de goede weg? Als aankomend debutant van “Hamer” knaagt die vraag aan mijn vertrouwen tijdens het schaven en corrigeren van het boek. Dat er voor een schrijver, laat staan als nieuwkomer, geen geplaveid pad is naar het grote lezerspubliek staat vast. Maar als ik er achter kan komen dat de door mij ingeslagen weg doodloopt voor er een bladzijde gedrukt is, kan ik nog teruglopen om een andere weg te zoeken. De weg die ik zoek is niet meer dan een pad in het woud van de boekenwereld. Een woud is veranderlijk. Het is doorvlochten met hindernissen. De doorgang van gisteren is vandaag overwoekerd. Zwiepende takken slaan kleding en huid stuk, natte bladeren draineren de energie uit het lichaam, de zuigende aarde rooft de schoenen van de voeten. Het is vechten en ploeteren om toegang te krijgen tot een wereld die gesloten wil blijven.

Tips over het schrijven van een goede seksscène

Deze week las ik op tzum.info een recensie van een boek van Ilja Leonard Pfeijffer: “Hoe word ik een beroemd schrijver?”, geschreven door Coen Pepelenbos. Ik weet niet wat precies de doorslag gaf om het boek te bestellen? Misschien de belofte dat het voor iedere aankomende schrijver met gevoel voor ironie een aanrader is? Of de herinnering aan zijn tips over het schrijven van een goede seksscène: dat de beleving en de gedachten van de spelers tijdens de daad veel interessanter zijn dan de beschrijving van de seks zelf? De wetenschap dat hij in zijn oeuvre over de breedte van het schrijverschap de verdieping heeft opgezocht? Het waarom maakt niet uit, het resultaat wel. Ik heb het boek eergisteren bij mijn lokale boekhandel opgehaald en Pfeijffer daarmee indirect ­– gerekend naar de hoogst haalbare 15% schrijversprovisie die ik hem toedicht – een biertje geschonken.

Omdat het doorweven is met humor

Het brullen van de gorilla, dat is het beeld dat in mij opkwam halverwege het lezen van Pfeijffer’s “Hoe word ik een beroemd schrijver?” Het imponeren met zijn kennis, het geroffel op de borst over het bespelen van interviewers en de woestheid waarmee hij zijn kritiek op de, in zijn beleving, onbenullige critici en gemarkeerde recensenten rondslingert. Nu ik het helemaal gelezen heb zie ik zijn boek eerder als een anekdotische inkijk in het leven van een succesvol literair schrijver dan een leidraad om er een te worden. Voor iemand zoals ik, die het (deeltijd) schrijverschap ambieert, geven de anekdoten wel een verdiepende helikopterblik op de schrijverswereld: het oerwoud blijft net zo gesloten, maar je weet wel wat je te wachten staat als je er toch in weet door te dringen. De ondertitel: “Een literair zelfhulpboek” onderbouwt Pfeijffer feilloos in zijn boek. Daarnaast schenkt hij mij in het hoofdstuk: “Moeten we thrillerschrijvers serieus nemen?”, alle argumenten waarom ik in een eerder blog schrijf dat “Hamer” een literaire thriller is. Bovenal is het een prettig boek om te lezen, niet in de laatste plaats omdat het doorvlochten is met humor – zelfs als die een donkere sluier draagt –, en zijn er voor elke schrijver aanwijzingen te ontdekken om zijn eigen gekrabbel te verbeteren – zelf heb ik nog het (on)nodige bloemwerk te wieden in de dialogen van “Hamer”.

Het is Ilja de zilverrug die brult

Na het lezen heb ik mijn eerdere beeld ook bijgesteld: het is Ilja de zilverrug die brult. Het zijn verbale waarschuwingen om zijn literaire woud niet te betreden met pulp, ongefundeerde kritiek of als onbenullige recensent.

Verwarrende ontmoeting in het bos.

Het bos, een plek van rust. Even een wandeling om het hoofd leeg te maken. Het is nog geen vijf minuten lopen van mijn huis en het weer is goed. De makkelijke schoenen aan en een jas mee tegen niet voorspelde regen.

Het is weer druk, in dit deel van het bos. Het is nog vijf minuten lopen om door de familiezone te komen. In die ruimte is ook geen plek voor mij. Ik ben een wandelaar zonder gezelschap. Ik pas niet in het beeld van de mensen die hier zijn.

Het is een vrolijk geluid, spelende kinderen in het bos. Ik laat het achter me. De stilte wordt gedomineerde door kwiterende, krassende en koerende vogels.

“Kees!”

Verbaasd kijk ik om. Wie roept mij? Andermans trouwe viervoeter loopt op mij af. De kwispelende staart verteld zijn nieuwsgierigheid. Ik zie niemand.

“Kees!”

De hond kijkt om. Ik kijk op. Een man stapt tussen de bomen door op het pad. Kees rent naar de man. Wat een vreemde naam voor…

Hoe doe ik dat: debuteren?

Als schrijver wil ik dat Hamer straks gelezen wordt. Ik wil dat Hamer een succes wordt. Heb ik al gemeld dat ik een debutant op het schrijverspodium ben? Bij deze dan. De vraag die daarom steeds in mij opkomt is: hoe doe ik dat, debuteren? Voor mijn doelgroep, de liefhebber van het literaire spannende boek, ben ik een onbekende. Ik heb ook geen geschiedenis, en daarmee berekenbare marktwaarde, als journalist, redacteur, politicus of andere televisiepersoonlijkheid.

Zei ik literair? Ja, ik neem het voorschot dat de toekomstige lezer Hamer als literair werk erkent. Gewaagd? Nauwelijks. Pretentieus? Dat zou het zijn als ik mij op voorhand een niet toegekend hoofddeksel aanmeet. Ambitieus? Ja, volmondig ja.

De geijkte weg is via een van de bekende uitgevers. De kans om daartussen te komen? Een manuscript uit een “slash pile”! Buiten dat er in het Nederlands taalgebied een beperkt aantal uitgevers zijn, geven deze per jaar minder nieuwe titels uit. Daarbij krijgen Nederlandse vertalingen van de in het buitenland bewezen kassuccessen steeds vaker de voorkeur boven de maagdelijke debutant.

Dat de vertrouwde route over het geplaveide pad prevaleert boven de mogelijke verrassing van de onbekende weg werd deze week (22 april 2012) bevestigd in het programma Kunststof TV. In dit geval door Joost Nijsen, oprichter van uitgeverij Podium, die in het programma zat om, o.a., zijn eigen boek ‘ABC van de literaire uitgeverij’ te promoten. Op de vraag van presentator Joost Karhof: ‘Hoe kom je aan een goed boek?’, reageerde hij met: ‘in de manuscriptenstapel zit  bijna nooit wat in.’ Oké, niet echt hoopvol. Verderop in de uitzending vertelde hij: ‘Maar meestal komen ze anders tot je als uitgever. Komen ze via via bij je. Mensen die je kennen of een actrice…’

Is dat de oplossing? Zorgen dat ik bekend word? Of zorgen dat ik iemand ken die een uitgever kent? Daar denk ik dus over na. Ondertussen maak ik de volgende slag in het redigeren van Hamer.

Hamer… Help, ik wil dat het gelezen wordt!

Schrijven is leuk, inspirerend maar het is ook werk. Als ik terugdenk aan de ouderwetse typemachine waarop ik mijn eerste werkstukken voor school schreef – ja ik ben nog van die generatie – ben ik blij dat de arbeid nu, dankzij de computer, minder noest is. Dat neemt niet weg dat ik als schrijver voor mijn inspanning beloond, en in die zin ook erkend, wil worden. De manier om erkenning te krijgen is zorgen dat ik gelezen wordt. Ik speel al enige tijd met verschillend gedachten over hoe ik denk dat voor elkaar te krijgen. Een van die gedachten heb ik hieronder uitgewerkt.

Ik heb niet de illusie dat mijn debuut “Hamer” een schokgolf in de literaire fundamenten teweegbrengt zoals “Ik Jan Cremer” in de jaren zestig. De ideeën van Jan Cremer om rumoer rondom zijn eerste boek te creëren zijn wel de klassieke voorbeelden van creatieve en gerichte marketing om een boek te promoten. In deze tijd een creatieve afgeleide van “’n onverbiddelijke bestseller” op de omslag plaatsen zal, en terecht, weinig meer opleveren dan een meewarige blik. Daarbij doorbreken de het ijzige geweld waar je bloed van gaat zweten of de met ruimte voor verbeelding omschreven seksscènes in mijn boek geen taboes, zoals Jan Cremer wel deed.

Seks en geweld zijn niet wat het boek draagt. Dat is de hoofdpersoon die je meeneemt in zijn strijd. Het is zijn strijd tegen de leegte van zijn bestaan nadat zijn bedrijf tegen alle verwachtingen in failliet gaat en zijn vrouw hem de deur uitzet. Zijn zoektocht naar de mensen en redenen achter het faillissement speelt zich af in de actualiteit van de financiële crisis. De visie op de achilleshiel van het kapitalisme – hebzucht – neem ik voor mijn rekening. Het (on)breekbare van oude vriendschappen is al vaker aangesneden, net als de positieve energie die mensen uit kleine genoegens weten te halen of de verwoesting die woede door vermeend onrecht kan aanrichten.

Wat ik beloof is dat je er niet aan kan ontsnappen om tijdens het lezen opnieuw na te denken over je sympathieën voor de hoofdpersonen. Wat ik verwacht is dat je al lezend door een scala aan emoties geraakt wordt. Ik durf ook zonder schroom te schrijven dat je uiteindelijk met iemand wil praten over het boek – misschien al voor je het uit hebt, of het zelfs maar gelezen hebt…

Nee, ik verwacht niet hetzelfde rumoer teweeg te brengen als “Ik Jan Cremer”. Maar een beetje reuring kan geen kwaad. Toch?

Spring maar achterop… mijn kinderfiets

Een update over de vorderingen. Het corrigeren en aanpassen van Hamer gaat door. Zo heb ik de opening omgegooid en herschreven. Hoe het begint is dus weer een verrassing. Wanneer het boek klaar is ook…

Bij het schrijven wil ik dat je als lezer meegaat in het verhaal, dat de woorden je verbeelding laten spreken. Hieronder een stukje uit Hamer om de nieuwsgierigheid naar het verhaal te prikkelen. De hoofdpersoon, Patrick, is net wakker geworden en beseft dat hij in het ziekenhuis ligt. Dan komt de verpleegster binnen.

‘U bent wakker! Dat is mooi. Hoe voelt u zich?’
Ze lijkt op de vriendelijke buurvrouw die naast mijn ouderlijk huis woonde toen ik nog een hummel op een fiets met zijwieltjes was. De buurvrouw die mij toen regelmatig over mijn bol aaide en zei: “dat ik zo’n lieverdje was.”
‘Adrggehhahhhehhergggeggrr,’ antwoord ik in goed Nederlands.
‘U kunt niet praten, er zit een buis in uw keel,’ reageert ze moederlijk.
‘Dat is wat ik zei,’ spreek ik nu in gedachten en knik met mijn hoofd als teken dat ik het begrijp.
‘Ik zal de dienstdoende arts vragen of we de intubatie eruit kunnen halen,’ vervolgt ze terwijl ze routineus de apparatuur controleert en daarbij aantekeningen maakt. ‘De saturatie is hoog genoeg. Heeft u veel hoofdpijn?’
Ik sper mijn ogen open en trek mijn wenkbrauwen op om aan te geven dat in mijn hoofd de feestband nog lustig op de pauken slaat terwijl de trombonist zich ook niet onbetuigd laat.
‘Juist, ik begrijp het,’ antwoordt ze met een meelevende blik.
Het verbaast mij dat mijn gezicht zo’n open boek is.
De verpleegster vervolgt, ‘U moet nog even doorbijten. Het is een bijwerking van de medicijnen. Als de intubatie eruit is en u hebt kunnen drinken voelt u zich snel een stuk beter.’ Daarna loopt ze de kamer uit.
De dienstdoende arts heeft kennelijk andere prioriteiten dan de buis in mijn keel en ik raak, ondanks de hoofdpijn, verdwaald in een doolhof van gangen vol rook waar geen uitgang in te vinden is. De stem van mijn vroegere buurvrouw roept mij en ik fiets, naar een kant vervaarlijk overhangend op een zijwieltje, in de richting van haar stem. Wanneer ik haar gezicht zie lig ik op mijn rug en merk dat ik zweet, het fietsen was behoorlijk inspannend; de droom is voorbij. Er is een nieuw gezicht: het kijkt zorgzaam en ook enigszins streng naar mij.

De vraag die ik daarbij aan je stel is: zat je achterop?

 

Lezen om te kunnen schrijven?

Waar gaat het werkelijk om bij het schrijven van een goed boek? Ik kan vertellen wat ik wil bereiken: dat is dat mijn verhaal je ‘pakt’. Jou, de lezer, meesleurt van de eerste tot de laatste bladzijde. Dat je naast de hoofdrolspelers door het verhaal heen loopt en de locaties voor je ziet. Dat je aanvoelt, liever nog voelt, wat zij voelen. Ik geef het toe: ambitie genoeg.

Er zijn veel boeken van ervaren schrijvers en/of redacteuren en/of hoogleraar taalwetenschappen over het hoe van het schrijven. Boeken die een “aankomende” schrijver, zoals ik, (kunnen) helpen niet in de valkuilen te springen. Boeken die als naslagwerk over regels van taal en stijl dienen. Kennis van de theorie van leestekens, leesbaarheidsverminderaars, spanningsboog, pleonasme, tautologie en het risico de lezer te verliezen wanneer je teveel moeilijke woorden gebruikt. Ik heb een aantal van die boeken en het helpt mij bij het schrijven. Zover de theorie.

Waar ik mee worstel is of de dialogen te begrijpen zijn? Is het geen onbegrijpelijke bladvulling, ook wel wartaal genoemd, en niet te verwarren met de Nederlandse rapper en tv-presentator? Zijn de karakters geloofwaardig en krijg je ook sympathie voor de ‘schurk’? Al vind ik dat mijn ‘schurk’ op zijn best begrip mag verwachten. Staan de gebeurtenissen in ‘de juiste tijd’ en gebruik ik de tijd consequent?

Een van de adviezen die ik steeds teruglees is: “Lees.” Mijn vragen zijn dan: wat, wie en waarom?

masterclass in cabareteske journalistiek.

Vanavond was ‘de’ Rutger Castricum van Pownews, bekend bij het TV publiek en berucht onder politici, bij De Wereld Draait Door. Rutger beantwoorde de vragen van Mathijs van Nieuwkerk over het aftreden van Job Cohen met hem kenmerkende ongenuanceerde ‘charme’. Het leek het begin van een stukje leuk gemaakte TV. Dat wil zeggen: leuk voor mensen die van afzeik-TV houden. De eerste journalistiek hoogstandjes van Rutger met Cohen kwamen al in beeld. Mijn hand ging al automatisch naar de afstandsbediening voor een zap… Toen reageerde Felix Rottenberg vanuit het publiek. Op scherpe toon typeerde hij de wijze van interviewen van Rutger als cabareteske journalistiek. Hij kreeg bijval van Frénk van der Linden. Beiden hadden kort daarvoor bij Mathijs aan tafel gezeten om hun reactie op het vertrek van Cohen te geven. Rutger probeerde te pareren, maar was geen partij voor de beide doorgewinterde TV makers en debaters. Zichtbaar ongemakkelijk wendde Rutger zich voor steun naar Mathijs met de vraag dat hij hier toch gekomen was om zijn boek te promoten? Mathijs, die duidelijk plezier had in dit spontane TV moment, gaf de ruimte aan het duo Felix en Frénk. Na een minuut leek het alsof Rutger door Mathijs uit het debat bevrijd werd. Leek.

Toen mocht Rutger alsnog over zijn boek praten. Hij had het geschreven zodat hij als schrijver, nee, auteur ­– (?) – , naar het boekenbal kon. Mathijs pakte het boek en demonstreerde hoe hij er door gebladerd had. Bij het zien van de betrekkende blik van Rutger nuanceerde hij dat hij ook stukjes had gelezen, zoals over wat je aan moet op Ibiza: “teenslippers en een wijde broek”. Tafelheer Jan Mulder reageerde kort daarna met: “Ja, daar heb je wat aan” en “dat kriebelt mij.”
Later mengde Jan Mulder zich ook in de discussie met een opmerking over kijkcijfers. Rutger: “Kijkcijfers zijn toch heel goed, toch 300.000 tot 400.000 kijkers.”Jan keek geamuseerd. Mathijs glimlachte onvervalst breeduit. Jan Mulder nam zijn verantwoordelijkheid als meester-afmaker – daarvoor moet je uitzending gemist zien – “Voor een dagelijks programma op Nederland 3 doen wij het toch goed,” voegde Rutger er aan toe. – Heerlijk. –  .

Herhaling op uitzending gemist van de vara  http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/gemist. Ook voor mezelf om te zien waar ik mogelijk enigszins ‘ongenuanceerd’ ben in mijn commentaar. Ongenuanceerd commentaar? Waar heb ik dat eerder gezien…

Heerlijk zo een masterclass in cabareteske journalistiek.

Confrontatie met schrijvers?

Het boek is af! Hoe nu verder? Het begon als een korte anekdote, een element uit een persoonlijke geschiedenis: het idee greep zich vast in het geheugen. De start: contouren van een verhaal ontstaan, de periode is nu, het nu veroorzaakt een crisis, crisis veroorzaakt een conflict, een figuur groeit uit tot een karakter, bladzijden worden gevuld met tekst, er ontstaat een plot.
De tijd die het schrijven vraagt, er is zoveel leuks te doen, ik moet ook werken voor de kost, tijd voor vakantie. Energie, oppakken, gedrevenheid, creativiteit, editor, correcties, corrigeren, laatste bladzijde, het is af.

De afspraak stond al in de agenda: 12 02 2012, Schrijf & Schrap in Breda. Een dag voor schrijvers door schrijvers met o.a. literair agentschap Sebes en Van Gelderen en uitgeverij De Geus; de laatste naam ken ik en van Peter Buwalda heb ik wel eens gehoord, geloof ik… Nog even googelen voor ik op weg ga; ik wil wel eens weten wie de sprekers zijn. Juist: het zijn winnaars. Buwalda heeft een reeks literatuur nominaties en prijzen voor zijn bestsellerdebuut Bonita Avenue, Karin Amatmoekrim heeft de Black Magic Woman Literatuurprijs, Y.M. Dangre de Vlaamse Debuutprijs. Gewapend met nieuwsgierigheid ga ik van huis.

Mijn eerste confrontatie is met Peter Buwalda: hij houdt de deur voor mij open als ik precies achter hem arriveer. Dat het Peter Buwalda was realiseer ik me als hij in de grote zaal als eerste spreker op de rode bank gaat zitten. Dat zijn taalvaardigheid niet beperkt is tot schriftelijke, blijkt als hij inhoudelijk en onderhoudend over het tot stand komen van Anita Avenue vertelt. De andere schrijvers volgen met hun verhaal over debuteren, afgewisseld door een hoofdredacteur van De Geus die de do’s en dont’s – ik zal het niet meer doen – van het contact opnemen met een uitgeverij vertelt. Mijn laatste confrontatie is met Mira Feticu. Ik geef haar de bladzijden van haar debuut Lief kind van mij ­– verschijnt dit voorjaar – terug die zij in de zaal had laten liggen. Op dat moment twijfelde ik of ik gefascineerd werd door de intensiteit en passie waarmee ze eruit voorlas, of de openheid en directheid van het verhaal zelf. Nu weet ik dat zij het was en het precies dat is wat in haar boek terugkomt.

Ik heb in de alinea hiervoor “confrontatie” gebruikt. Dat is niet omdat die mensen confronterend zijn. Het is dat hun verhaal mij met mijn “schrijverschap” confronteert. Hun uitgesproken ervaring is mijn spreekwoordelijke spiegel. Is het intimiderend dat de debutanten Nederlandse letterkunde, Nederlandse literatuur en/of Franse literatuur gestudeerd hebben? Dat het ervaren redacteurs zijn, of journalist, of oprichter van een tijdschrift, of allemaal? Een beetje: de debuterende piloot, Buddy Tegenbosch, bevestigt de regel. De confrontatie heeft er wel voor gezorgd dat ik mijn boek nu als een goed verhaal zie.

Aan het begin vroeg ik: Hoe nu verder?
Het herschrijven is begonnen. Jan Brokken Het Hoe en Jan Renkema Schrijfwijzer heb ik als raadgevende naslagwerken liggen. Het is een goed verhaal: dat is niet goed genoeg. Wanneer is een goed verhaal een goed boek? Is er een pasklaar antwoord?

‘Letters to Kurt’; Cobain herleeft

‘Letters to Kurt’; Kurt Cobain herleeft in rauwe, dichterlijke proza.

Dit debuut van Eric Erlandson, een vriend van Kurt, wordt in april door de New Yorkse uitgever Akahic Books uitgegeven. Eric vormde samen met Cortney Love de rock band Hole. Daarin was hij tekstschrijver, zanger en lead gitarist.

“Nearly two decades after the death of Kurt Cobain, a friend and fellow musician not only continues to mourn his suicide, but also rages against the culture that he holds responsible. These 52 ‘letters’ . . . combine the subject matter of the Byrds’ ‘So You Wanna Be a Rock and Roll Star’ with the fury of Allen Ginsberg’s Howl . . . A catharsis for the writer and perhaps for the reader as well.”
Kirkus Reviews

Voor de liefhebbers van Nirvana, Hole en rock and roll.

Er is ook een limited edition verkrijgbaar.

http://www.akashicbooks.com/letterstokurt.htm

Debuteren als schrijver? Tandpasta!

Ik zit midden in het proces van het schrijven van mijn boek “Hamer”. Hoe verder ik kom, hoe sterker ik de associatie met het starten van een nieuw bedrijf heb. Als ik een nieuwe tandpasta had bedacht – dat heb ik niet – zou ik aan veel dezelfde zaken tijd moeten besteden. Bij de tandpasta (het boek) kan ik proberen een producent (uitgever) te vinden die mijn product (boek) op de markt wil zetten en mij daarvoor een vergoeding betaalt. De concurrentie in nieuwe producten voor mondhygiëne (nieuwe titels in romans/thrillers) is moordend. Daarom is het erg lastig een producent (uitgever) te vinden die bereid is te investeren in de tandpasta (het boek).

Een mogelijkheid is het product onder eigen merk in de markt te zetten. Lessen uit de consumentenmarketing als de “4 P’s” (Product, Prijs, Plaats en Promotie), afstemmen op doelgroep en verdringingsmarkt komen daarbij weer boven. Een pakkende naam als het nieuwe merk, het product de tandpasta (het boek).

Een succesvolle introductie is meer dan een product voor een redelijke prijs: het moet “aaibaar” zijn, een hebbeding, er moet over gepraat worden. Over een rookbruine tube tandpasta (een roman met een foto van Balkenende op de cover) wordt misschien wel gepraat, maar of het een verkoopsucces wordt? De doelgroep moet duidelijk zijn: kindertandpasta of natuurlijke ingrediënten (studieboek of thriller)? De financiering moet op orde zijn. Het aloude gezegde dat de kosten voor de baten uit gaan is ook hier van toepassing. De promotie moet bij de doelgroep passen en deze bereiken. Een lovend artikel over een nieuwe tandpasta (prachtig kinderboek) in het Financieel Dagblad wordt misschien met belangstelling gelezen maar of daarmee nieuwe afnemers gevonden worden?

Wat voor elk debuut geldt, is geloof in het product en kwaliteit. Om van de eerste ruwe versie een goed product te maken is tijd nodig. Een tandpasta die geweldig smaakt en poetst, maar in de mond aanvoelt als zand is geen slecht product: het is nog niet uit ontwikkeld.

Zo is het ook met mijn boek: het is nog een beetje ruw. Het moet gepolijst worden.

1 3 4 5 6