Hamer: “laat zien, vertel niet!”

Eindelijk is het zover: de definitieve versie is af! Definitief in de zin dat het verhaal staat, het plot duidelijk en de karakters spreken. De twijfel over de persoonsvorm is weg en de ontknoping is op advies aangepast. Dan is er nog een weg te gaan: proeflezers.

Proeflezers: het geluk van de schrijver.

Proeflezers, de ongebonden betrokken vrijwilligers die lezen met passie. Lezers die hun indrukken, gevoel en – door het lezen van honderden zo niet duizenden boeken – ervaring willen teruggeven aan mij, de schrijver. De eerste reacties van de proeflezers heeft mij duidelijk gemaakt dat ik de persoon ben die zich gelukkig mag prijzen.

Verplichting

Verschillende mensen, verschillende meningen. Dat is duidelijk uit de eerste reacties. Het is prachtig om de verschillen in beleving terug te krijgen, te ervaren met welke energie en aandacht het gelezen is. Het schept ook een verplichting. De verplichting om er iets mee te doen. Waarover ik het heb? “Laat zien, vertel niet!”

Laat zien, vertel niet!

Het is iets wat ik herken uit de boeken die ik gelezen heb. Een karakter moet je meenemen in zijn verhaal, emotie, pijn, verdriet. Een vertelling raakt niet. Een vertelling is informatief. Het is een nuttig, nee noodzakelijk element in een boek. Het moet wel op het juiste moment in het verhaal gebruikt worden. In het eerste hoofdstuk heb ik dat niet voor elkaar gekregen. De oplossing: werk!

Een gedeeltelijke “ontboekeming”

Het is mijn eigen uitvaart! Met moeite weet Patrick de deur van de kantine open te trekken. Hij dwingt zichzelf naar binnen te gaan. Patrick krimpt ineen als de deur met een klap achter hem dichtvalt. De zwaarmoedige stilte van het verzamelde personeel golft over hem heen. Weg! Hij wil hier weg! Patrick kijkt naar de starende gezichten van de mensen die geholpen hebben zijn bedrijf groot te maken. Bij een enkeling ziet hij nog een glimp van hoop, de verwachting van een wonder op het gezicht. Zijn maag smeekt om een zuurremmer. Een onzichtbare hand knijpt zijn keel dicht. Zijn mond lijkt gevuld met zand. Hij slikt een aantal keer en schraapt zijn keel. ‘Ik ben er niet in geslaagd het faillissement te voorkomen. Na vandaag heeft een curator het voor het zeggen.’

Er wordt gevloekt, een stoel omver getrapt.

‘Ik dank jullie voor de inzet en fijne samenwerking.’ Patrick hoort het zichzelf zeggen. Hoe stom dat klinkt! 

Hij ziet de vertrouwde gezichten maar kent de gezichtsuitdrukkingen niet. Hij hoort de vragen die ze op hem afvuren. De woorden raken hem. Toch pareert hij niet: geen verontschuldigingen. Ze gaan over een toekomst waarin hij onverbiddelijk buitenspel is gezet. Hij zegt niet dat het hem spijt dat het zo gegaan is. Dat het de schuld van de financiële crisis is, van de bank. Het zouden gekunstelde woorden zijn, aaneengeregen tot nietszeggende zinnen.

Nadat de woede en frustratie in de ruimte is neergeslagen begint de uittocht. Een voor een lopen zijn medewerkers langs hem naar de uitgang: zijn voormalige werknemers. Ieder neemt op zijn manier afscheid. Elke uitgestoken hand, de opbeurende of berustende woorden, de teleurgestelde of verontschuldigende blik: ze trekken iets uit hem. Als de laatste persoon vertrokken is blijft de leegte over.

 

 

Be Sociable, Share!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *