De reisgenote

Stelvio in France

Het is net na halfnegen in de ochtend als ik uit het authentieke Franse hotel loop dat ter hoogte van Clermont-Ferrand in het prachtige Auvergne ligt. Zei ik ‘authentiek’? In de tijd bevroren is een betere omschrijving. Ik weet niet goed waarom ik er de vorige avond introk. Oké het was al 20.00 uur geweest en de dichtstbijzijnde stad was nog minimaal drie kwartier rijden over slingerende landwegen. En ja, ze had die combinatie van de innemende glimlach met die mysterieus donkere ogen waardoor een kamer met een tweepersoonsbed een meervoudige belofte inhoud. Ik accepteerde de kamer terwijl ik me afvroeg of er een Franse versie van Hotel California bestond: ik zou niet uit-checken! Het bleek een valse belofte: het was haar laatste handeling van die avond en ik werd overgelaten aan de gastvrijheid van het Nederlandse stel dat het hotel recent had overgenomen. Vriendelijk en doorleefd, zo zou ik ze omschrijven, net als het van rook doortrokken interieur dat uit verschillende brocante winkels bijeen geroofd leek. De folder? Die heb ik beleefd afgeslagen: het is ook zo een eind weg van Utrecht…Ik geloof dat ik afgedwaald ben.

Mijn Moto Guzzi Stelvio stond al bepakt klaar om het laatste deel van de terugreis af te leggen: 700 kilometer over kronkelende d-wegen over Luxemburg om bij Luik de snelweg op te duiken voor een laatste drempelvrij stuk. De navigatie aangesloten, tanktas vastgezet en…,  daar zat ze. Zonder iets te vragen had ze zich een plek verworven op mijn motor. Ongegeneerd was ze gaan zitten in afwachting van wat er komen zou. Even overwoog ik haar weg te sturen. Toen bedacht ik dat zij het waarschijnlijk ook niet langer bij het hotel uithield. Ik zette mijn helm op, trok mijn handschoenen aan en vertrok.   

Het was droog, droog maar fris, natte neus en koude over je ruggengraat fris. De zon deed zijn best door de sluierbewolking heen te branden maar slaagde daar amper in. De kronkelende rode asfaltweg lag als een uitdagend spoor door het hooggelegen heuvelachtige landschap. De Stelvio vond de route feilloos en vrat de weg onder de banden op. Door de stijgende temperatuur werd het met 9 0C bijna aangenaam, bijna! Zonder te kijken voelde ik dat zij er nog zat, veilig verscholen achter het grote scherm. De eerste 100 kilometer zat erop en het oplichtende waarschuwingslampje gaf aan dat een tankstop verstandig was. Ik stopte bij de eerste gelegenheid en zag dat de tegenoverliggende bar op deze zondagochtend open was. Dat zij niet op mijn uitnodiging inging weerhield mij er niet van om er een café te drinken. Toen ik terugkwam zat ze er nog. Ik haalde mijn schouders op en al snel waren we weer onderweg. Ik begon mij af te vragen waar zij heen wilde? Zou ze meerijden tot mijn huis? Ik had ondertussen door dat zij mijn taal niet sprak, al leek ze me wel te begrijpen. Of zou ze onderweg afscheid nemen? Onverwacht, net zo onaangekondigd als ze op de Guzzi was gaan zitten? Ik zou het vanzelf merken.

De weg veranderde: zwart asfalt, bredere wegen, meer verkeer. Ik wist dat het nog 30 km zou duren voor ik weer de landelijke wegen zou treffen. Eerst nog de drukte van een middelgrote stad door: zij trok zich er niets van aan. Het landschap ontvouwde zich weer in de pracht van het gedorste glooiende graanakkers en groene weilanden. De teller gaf aan dat er weer 150 kilometer door de Stelvio verslonden waren. Een volgend dorp vroeg om een aangepaste snelheid. Ik merkte dat mijn passagier onrustig werd. Was het een teken dat wij snel afscheid zouden nemen? Het doorgehaalde naambord gaf aan dat ik de dorpsgrens weer overschreed en ik liet de Stelvio accelereren. Tot mijn verbazing sprong zij toen van de motor, de grote groene sabelsprinkhaan. Ik zie haar lange voelsprieten nog in de wind trillen. De laatste 700 kilometer heb ik zonder reisgenoot afgelegd.

Be Sociable, Share!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *