Lezen moet de strijd aangaan met kleurkrijt en voetbalplaatjes

Toekomst van het lezen? Volg de generatie (2)

De nog naamloze generatie, de mensen die vanaf 2000 zijn geboren, heeft zijn collectieve bewustzijn, en daarmee de reactie op de tijdsgeest waarin deze tot stand komt, nog niet gevormd. Het is de generatie die opgroeit in opeenvolgende economische crisissen, revoluties gedragen door de onstuitbare communicatiemogelijkheden van social media, beschamende onderwijsinstituten, swipen en (straks) met een tablet vol studieboeken naar school fietst. Daarin zie ik geen hoopvol aanknopingspunt voor de uitgevers van de gedrukte media. Of het ‘Actieplan Kunst van het Lezen 2012 – 2015’ van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een leesrevolutie te weeg brengt… Het zal in ieder geval de taalvaardigheid van de jeugd verbeteren.

Een manier om het leesgedrag te bevorderen is de aankomende generaties duidelijk te maken dat lezen een avontuur is. Die lezen laat concurreren met de alternatieven voor vrijetijdsbesteding zoals sporten, on- en offline gamen en interactieve televisie. Hierbij gaat het om de verwachting van de beleving en het kunnen delen van die beleving met anderen. Het natuurlijk gedrag van kinderen als ze ouder worden is dat ze hun grenzen willen verkennen, nieuwe vrijheden veroveren en al zoekende naar voeding voor de hormonaal gestuurde sensatiehonger de wereld van internet en televisie omarmen. Een digitale wereld waar ze onverbloemd seks en oorlog – fantasieloos plastisch of gruwelijk realistisch – voor hun voeten geworpen krijgen. Het ´mooie´ is dat de bevrediging van de primaire puberale noden ´gratis´ is. Er hoeft niet voor betaald te worden én het vraagt geen andere inspanning dan naar een scherm te staren. Een boek heeft die voordelen niet, ongeacht of ervoor betaald wordt; lezen is een inspanning: om de beloning te krijgen moet je ervoor werken. Hiermee kom ik niet in conflict met het idee dat je lezen moet laten concurreren met de alternatieven voor vrijetijdsbesteding,­ sporten en gamen vereisen tenslotte ook een inspanning, maar vraag ik me wel af of het leesgedrag van deze leeftijdsgroep werkelijk te beïnvloeden is? Natuurlijk, ook zij worden beïnvloed: door hypes en helden, door apps en X-factor,  altijd bereik en altijd zichtbaar. Ze zijn gelinkt met al hun muziek- en sporthelden, maar hoeveel hebben een link met een schrijver?

Is het daarmee een verloren zaak? Of wordt alleen de verkeerde leeftijdsgroep benaderd ? Lezen hoeft niet te concurreren met social media en online gaming; lezen moet de strijd aangaan met kleurkrijt en voetbalplaatjes, met poppenwagen en lego. Aanwijzingen dat juist bij jonge kinderen de toekomst van het lezen wordt bepaald is te lezen in “Over ouders en leesopvoeding”[1].van Natascha Notten en in Sociale (lees)activiteiten zijn belangrijk voor de taalontwikkeling van zeer jonge kinderen[2] van Merel van Goch. De nationale voorleesdagen, waar ook BNN-ers zich graag van hun erudiete zijde laten zien, dragen dus werkelijk bij aan de leesvaardigheid, en daarmee de toekomst van de uitgevers. En, vraag ik me dan af, wat doen de uitgevers om hun toekomst te garanderen? Zijn er alleen initiatieven van kinderboekenschrijvers die zelf de mogelijkheid van voorlezen op scholen en bibliotheken aanbieden en organiseren? Uitgevers vallen onder de creatieve industrie, maar waar zijn hun vernieuwende ingevingen? Als promotie voor een film of via een spaaractie bij een grootgrutter kan, waarom kan dat niet voor kinderboeken? Als een door NV Nederland gecontroleerde loterij kaarten voor musicals kan weggeven, waarom dan geen (kinder)boek of –boekenbon?

Maar dat de komende generaties voornamelijk digitaal zullen lezen is voor mijn geen vraag meer onderdeel van de natuurlijke evolutie van de aankomende swipegeneraties.

Be Sociable, Share!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *