Beoordeling Hamer: “begin opnieuw”!

Als je als schrijver je manuscript aan een redacteur voorlegt voor een beoordeling is “begin opnieuw” niet de conclusie die je wilt lezen. Het is wel wat ik afgelopen weekend las. Dat is…, ja wat is het? Wat doet het met mij? Het doet pijn. Niet zoals een gaatje bij de tandarts dat ook na het boren zeurt. Het is als de afwijzing door een geliefde. Een recente liefde die van het verkennende stadium naar consumptie is overgegaan, een liefde waarvan je gelooft dat je bij de ander past, dat er een toekomst voor samen is en dan wordt je uit die warme beloftevolle omhelzing weggeduwd! Dat zij het toch heel anders ziet en het samen leuk was, voor even. Dan wordt ik even stil… Maar niet te lang: het is slechts een verhaal niet mijn leven. Opnieuw de beoordeling lezen: wat staat er nu echt? Waarom zal het “geen toegang krijgen tot de boekenmarkt”? Au, moet ik toch naar de tandarts?

Constructie

“Het verhaal is te veel ‘constructie’, in die zin dat de lezer te goed kan zien hoe de auteur aan het timmeren is…” en “… de lezer zal zich daardoor onvoldoende betrokken voelen bij de lotgevallen van de twee hoofdpersonen.” Daar wordt een van de kernelementen van het onderscheid tot een verhaal en een goed boek geraakt: de lezer erin betrekken. De redacteur reikt de oplossing vervolgens aan: “Dat is allereerst een technische kwestie: in de scènes wordt niet bewust genoeg voor één vertelperspectief gekozen. Met een paar eenvoudige ingrepen is dit te verhelpen en dan krijgen we absoluut een beter script.” De verteltechnische fouten, of zoals de redacteur het aanduidt als ‘het dwarrelen’ van perspectief tussen de verschillende personen in een scène waardoor sommige passages verwarrend zijn.  Verwarrend? Waar heb ik dat eerder gehoord. Oké, niet meer fladderen, gewoon stevig op de stok blijven zitten. Dat ik er daarmee nog niet ben is al duidelijk geworden doordat ik de conclusie van de redacteur “begin opnieuw” al in het begin heb verklapt.

De opzet en de rol van de verteller

“Het meest opvallende van de opzet is natuurlijk dat naast de hoofdpersoon ook de dader gevolgd wordt, een aanpak die uitzonderlijk is in een thriller.” De redacteur noemt het evidente voordeel dat
doordat de lezers weten wat de dader van plan is de auteur veel spanning creëert, en laat niet na het nadeel te benoemen dat juist hierdoor het constructie-achtige van het verhaal zo nadrukkelijk aanwezig blijft. De vraag is natuurlijk hoe zorg ik ervoor dat het minder constructie wordt? Indirect geeft de redacteur een aanwijzing, namelijk zorg dat de hoofdpersoon meer karakter krijgt en waarschuwt direct dat schrijvers in de praktijk “het perspectief niet bij een krankzinnige seriemoordenaar leggen omdat dat niet geloofwaardig in te vullen is.” Het dilemma waar ik mee worstel is om het perspectief van de dader volledig te schrappen tegenover het kiezen van niet gebaande paden.

Dat ik wel vaker de gangbare oplossing negeer en kies voor een ander aanpak blijkt uit de reactie op mijn keuze voor de rol van de hoofdpersoon, waarbij ik de ik-persoon in de tegenwoordige tijd laat vertellen. Zoals ik nu begrijp is het een mogelijkheid, maar alleen door de ‘ik’ consequent te laten reageren op het hier-en-nu. Die consequentie ontbreekt door wisseling van tegenwoordige met verleden tijd en reflecties, erger nog: ik ga de mist in door een dialoog samen te vatten. Het is duidelijk dat ik hier struikel over een taalhindernis en plat op m’n bek val. Eh nee: ik ben gestruikeld en plat op mijn bek gevallen.

Hoe nu verder? Daar kom ik op terug!

De beoordeling van het manuscript van Hamer is gedaan door Hans ter Mors van Bureau Script Noordwijk.

Be Sociable, Share!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *