Confrontatie met schrijvers?

Het boek is af! Hoe nu verder? Het begon als een korte anekdote, een element uit een persoonlijke geschiedenis: het idee greep zich vast in het geheugen. De start: contouren van een verhaal ontstaan, de periode is nu, het nu veroorzaakt een crisis, crisis veroorzaakt een conflict, een figuur groeit uit tot een karakter, bladzijden worden gevuld met tekst, er ontstaat een plot.
De tijd die het schrijven vraagt, er is zoveel leuks te doen, ik moet ook werken voor de kost, tijd voor vakantie. Energie, oppakken, gedrevenheid, creativiteit, editor, correcties, corrigeren, laatste bladzijde, het is af.

De afspraak stond al in de agenda: 12 02 2012, Schrijf & Schrap in Breda. Een dag voor schrijvers door schrijvers met o.a. literair agentschap Sebes en Van Gelderen en uitgeverij De Geus; de laatste naam ken ik en van Peter Buwalda heb ik wel eens gehoord, geloof ik… Nog even googelen voor ik op weg ga; ik wil wel eens weten wie de sprekers zijn. Juist: het zijn winnaars. Buwalda heeft een reeks literatuur nominaties en prijzen voor zijn bestsellerdebuut Bonita Avenue, Karin Amatmoekrim heeft de Black Magic Woman Literatuurprijs, Y.M. Dangre de Vlaamse Debuutprijs. Gewapend met nieuwsgierigheid ga ik van huis.

Mijn eerste confrontatie is met Peter Buwalda: hij houdt de deur voor mij open als ik precies achter hem arriveer. Dat het Peter Buwalda was realiseer ik me als hij in de grote zaal als eerste spreker op de rode bank gaat zitten. Dat zijn taalvaardigheid niet beperkt is tot schriftelijke, blijkt als hij inhoudelijk en onderhoudend over het tot stand komen van Anita Avenue vertelt. De andere schrijvers volgen met hun verhaal over debuteren, afgewisseld door een hoofdredacteur van De Geus die de do’s en dont’s – ik zal het niet meer doen – van het contact opnemen met een uitgeverij vertelt. Mijn laatste confrontatie is met Mira Feticu. Ik geef haar de bladzijden van haar debuut Lief kind van mij ­– verschijnt dit voorjaar – terug die zij in de zaal had laten liggen. Op dat moment twijfelde ik of ik gefascineerd werd door de intensiteit en passie waarmee ze eruit voorlas, of de openheid en directheid van het verhaal zelf. Nu weet ik dat zij het was en het precies dat is wat in haar boek terugkomt.

Ik heb in de alinea hiervoor “confrontatie” gebruikt. Dat is niet omdat die mensen confronterend zijn. Het is dat hun verhaal mij met mijn “schrijverschap” confronteert. Hun uitgesproken ervaring is mijn spreekwoordelijke spiegel. Is het intimiderend dat de debutanten Nederlandse letterkunde, Nederlandse literatuur en/of Franse literatuur gestudeerd hebben? Dat het ervaren redacteurs zijn, of journalist, of oprichter van een tijdschrift, of allemaal? Een beetje: de debuterende piloot, Buddy Tegenbosch, bevestigt de regel. De confrontatie heeft er wel voor gezorgd dat ik mijn boek nu als een goed verhaal zie.

Aan het begin vroeg ik: Hoe nu verder?
Het herschrijven is begonnen. Jan Brokken Het Hoe en Jan Renkema Schrijfwijzer heb ik als raadgevende naslagwerken liggen. Het is een goed verhaal: dat is niet goed genoeg. Wanneer is een goed verhaal een goed boek? Is er een pasklaar antwoord?

Be Sociable, Share!

2 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *