Category Archives: Schrijverijen

Hamer: de publicatie komt eraan!

Het is bijna zover; Hamer is vanaf juni verkrijgbaar via de regulier boekhandel, uitgeverij Elikser en de reguliere webwinkels.

En wat de uitgever er over schrijft:

Hamer

7 april, 2014 in Blog

Een misdadig weekje, want ik krijg een nieuw talent op bezoek die zich ook aan het genre van de misdaadroman heeft gewaagd en met succes! Mooie korte titel, Hamer, origineel idee en een zeer verrassende uitwerking. Hij heet Kees van Wouw, maar ik heb hem al omgedoopt tot Van Wow! (-2-04)

 http://www.elikser.nl/?p=2157

 

 

Borantius

Heftig weekend? Het wordt toch geen ziekenhuissoap? 

Lissette opende haar ogen en een afwezige glimlach verscheen op haar gezicht.

Heleen zag verschillende paren ogen Lisette diagnostiseren. Het leek Lisette niet te raken en toch had Heleen spijt van haar opmerking. Zelfs collega’s uit de medische sector leken gegrepen door de angst voor de ziekte van Borantius, genoemd naar de eerste patiënt, terwijl juist haar vakgenoten zouden moeten weten dat in geen enkele studie aangetoond was de ziekte besmettelijk zou zijn, tot nu toe. Ze nam zich voor het opnieuw met haar team te bespreken; argwaan was funest voor de samenwerking, voor het werk. ‘Er zijn in het weekend geen nieuwe patiënten bijgekomen. Vandaag krijgen we wel een nieuwe patiënt, een patiënt met een verhaal. Het is een man van zesendertig die vijf jaar terug een ernstig verkeersongeval heeft gehad met de motor en sindsdien in coma ligt.’

‘Na vijf jaar? Die hoort in een verpleeghuis verzorgt te worden,‘ reageerde Bram, hoofdverpleegkundige van het team.

‘Hij komt uit een verpleegtehuis. Daar bleek hij in de afgelopen weken herhaaldelijk reacties te vertonen die niet als reflexen kunnen worden afgedaan. Het volledige dossier is bij–’

Lauw enthousiast

Het lijkt een vreemde bokkensprong, van ‘kinky uitspattingen’ naar een revalidatiecentrum, maar een verhaal moet eerst een fundament krijgen waarop verder gebouwd kan worden. Bovendien, hoe vaak is de de werkelijkheid heftiger dan de fictie van een schrijver?  

‘Goedemorgen,’ begroette dokter Heleen Spierout, revalidatiearts en teamhoofd van de afdeling Neurorevalidatie van het Utrechts Medisch Centrum haar collega’s vrolijk en energiek. De reactie was zoals op de meeste werklocaties om zeven uur in de ochtend: lauw enthousiast, en dit was maandagochtend. Veel mensen die haar kenden verbaasden zich niet over Heleens power op het vroege tijdstip: iedereen die elke dag tien kilometer tussen werk en huis op de fiets aflegde nadat ze een half uur in het nabijgelegen zwembad baantjes had getrokken zou een sterke conditie opbouwen. Dat klopte, alleen het fietsen en sporten deed ze om het overtollige deel van haar energie kwijt te raken voordat ze op het werk aankwam. Niemand had iets aan een behandelend arts of teamleider die door het gebouw stuiterde. Zoals zo vaak werkte “te” averechts: zij kon zich slecht focussen, de patiënten vonden dat er niet naar hun geluisterd werd – belangrijk voor het een herstelproces, zeker in de revalidatie, en daarmee een terechte klacht – en, zoals ze in haar studietijd had ervaren, werkte het geruchten over gebruik van opwekkende middelen in de hand omdat er toch een waarheid moest schuilen in de volksadagia: “wie appelen vaart, die appelen eet” en “waar rook is, is vuur”. Dat Heleen voorafgaand aan het wekelijks teamoverleg de statusrapporten van het weekend al had doorgenomen verraste geen van haar collega’s meer. ‘Uit de gesprekken in de kantine begreep ik al dat iedereen een goed weekend heeft gehad, de niet te missen randen onder de ogen van onze Lisette verraden zelfs een “heftig weekend”.

 

Extreem intiem

Dit is waar het begint, en waar kun je nu beter mee beginnen als met een erotische scène om de aandacht van een lezer naar het verhaal te trekken. Natuurlijk hou ik me aan het advies van Ilja Leonard Pfeiffer: ‘een goede seksscène gaat niet over goede seks’. Maar is het wel een seksscène…

De aanraking, extreem intiem zoals hij daar lag, volkomen hulpeloos, nog half in slaap. Soms verraste Els, zijn Els, hem. Niet dat er in hun relatie iets mis was met de sex, dat vond hij tenminste en Els klaagde niet, in ieder geval niet tegen hem. Ze woonden bijna drie jaar samen en het was ruim boven het gemiddelde feest, bovengemiddeld in relatie tot de statistieken over hoe vaak, wanneer en waar het gemiddelde stel per leeftijdsgroep en duur van de relatie “het” deden. Niet dat hij die dingen bijhield, maar het stond in een van die onderzoeken die Els hem onder de neus had geduwd uit de Cosmopolitan of Flair – of hoe het zogenoemde lifestyle magazine ook heette waar ze op geabonneerd was – en dat waren details die hij dan weer wel onthield. Om de afsluitende “beste 10 stappen om weer spanning in de relatie te brengen hadden ze enorm gelachen: zij hadden geen behoefte aan rollenspel of kinky uitspattingen nodig om de sleur te doorbreken. En toch verraste Els hem soms, zoals die ochtend. Hij was rustig blijven liggen, zogenaamd in slaap, half in dromenland, genietend.

Het advies van Ilja Leonard Pfeiffer was niet volledig. De aanvulling was: ‘dat de beleving en de gedachten van de spelers tijdens de daad veel interessanter zijn dan de beschrijving van de seks zelf’.

Uitgelezen verwondering

Soms raak ik verward door wat ik lees en word ik er blij van – daar kom ik zo op terug – maar niet altijd, bij lange na niet. Helaas komt het vaak voor dat een tekst mij verwart zonder dat ik enige vreugde ervaar. Neem een tekst waarin woorden zo onsamenhangend aaneengeregen zijn dat je na vier keer lezen nog in het doolhof der letteren – of juist de ongeletterde? – rondzwerft. Of artikelen waar de optische ordentelijke volgorde waarin de lid-, voeg- en werkwoorden de vaktermen verbinden een briljante opzet vermoeden, maar waar met zoveel enthousiasme met vakinhoudelijke kennis wordt gesmeten dat slechts gelijk geschoolden inhoud uit de zinnen ontleden; het zijn teksten doe verwarren zonder vreugde te schenken. De verwarring waar ik het over heb moet niet verward worden met de reactie op orakelen of andere uitlaten van in drijfzand gegoten meningen bedoelt om eigenwaarde te vergroten of die van anderen te ondermijnen: het zijn de woorden van de intrigant die vervagen in de zoutloze mist van ongenuanceerdheid.

De vreugdevolle verwarring ontstaat als woorden een beeld in mijn hoofd doen omvallen om het zicht op een sculptuur vrij te maken, als zinnen gedachten op een nieuw spoor laten springen zonder de wissel om te gooien. Het zijn de verhalen waar je zo ingezogen wordt dat het is of je zelf de structuur van de aardbei op je tong voelt terwijl je tanden door de vrucht snijden met de fris-zoete beloning waarmee je mond zich vult. Het zijn ook de verhalen waar een gruwelijke (mis)daad met zulke ontluisterende inlevingsvermogen wordt verteld dat je in de fictie van de schrijver zoekt naar autobiografische aanknopingspunten.

Teksten die verwondering in mijn hoofd veroorzaken: Das Magazine no. 6 zomer 2013 staat er vol mee; heerlijk.

Voor het dodengericht

Hij begon. Een stap naar voren en een harde klap: het glas brak onder de impact.

De zaalwacht sprong op, staarde hem aan, verbijsterd, aarzelend, sprak toen opgewonden in zijn portofoon.

Ze hoefden zich niet te haasten: hij zou nergens heen gaan. Kalm pakte hij de scarabee en veegde zachtjes het glasgruis van het hartsieraad. Het rustte in zijn handpalm, vertrouwd alsof het slechts wachtte op het moment om opnieuw tot leven te komen. De verfijnde inscriptie; de hiërogliefen had hij ontcijferd: de betekenis stond in zijn hoofd gegrift, de betekenis, niet de vertaling. De historie van de uitzonderlijke scarabee, de geschiedenis van de generaal, het eerbetoon op zijn laatste reis: het was onderdeel van zijn studie geweest. De ongebruikelijke gouden zetting, een nooit opgelost mysterie. Het mysterie oplossen… het zou zijn naam vestigen, onsterfelijk maken, onsterfelijk als de scarabee. Die verleiding. Hij had naar Caïro gewild, de verzamelde historie uit het Egyption Museum willen verkennen, duiken naar de oorsprong van het raadsel, de oplossing vinden. Dat museum was nog niet hersteld van de jongste geschiedenis. Daarom was hij naar Boston gegaan, naar het Wilbour Library of Egyptology in Boston. Daar had hij, ook tot zijn eigen verassing, de aanwijzing ontsloten uit de historische archieven.

Geen zachte tikken op glad marmer, fluistering op ruwe steen, onhoorbaar in woestijnzand; Egyptische bewakers zouden blootsvoets aangesneld zijn, zonder aarzeling, geen genade. Dit waren gehaaste voetstappen, de impact op de stenen vloer gedempt door de uit kunststoffen gefabriceerde verende zolen, bijna schuchter.

‘Meneer!’

Ze waren nu met zijn drieën. De oudste had hem aangesproken. Bij IJssellandvogels tegen VVOG liepen ook suppoosten. Het was jaren terug dat hij voor het laatst een volleybalwedstrijd had bezocht.

‘Ik wil dat u het voorwerp voorzichtig neerlegt en met ons meekomt.‘ Het was dezelfde suppoost.

Het ‘voorwerp’: symbool voor schepping. Wat als hij het mis had? Met oranje hesje verplichte plantsoendienst, 100 uur? Minstens, ook als hij het bij het rechte eind had. Onweerstaanbaar. Met zijn linkerhand greep hij de zijkant van de zetting, met rechts pakte hij de scarabee… hij draaide! De minuscule naald prikte in zijn duim. Onbewust kromp hij in elkaar. De ingenieuze constructie ontrafelt, de naald zat alleen aan de zijkant. Zijn duim klopte, een allergische reactie, het moest een allergie zijn: het gif was dertig eeuwen oud. Zijn arm gevoelloos, verkrampt. Had hij het mis? Koude rilling langs zijn ruggengraat, zo moe, zijn hoofd schokte, oncontroleerbaar. De aansnellende bewakers, het was te laat. Hij viel opzij, brekend glas, gillen, alarm of bezoeker? Hij voelde dat hij het bewustzijn zou verliezen, zo koud. Die laatste zin: “Het hart wordt verzocht niet te getuigen tegen zijn eigenaar voor het dodengericht.” Had hij gelijk en zich vergist? Onomkeerbaar?

 

‘Dag Peter, ik had niet verwacht je terug te zien? In ieder geval niet zo snel.’

‘Terugzien? Bent u ook dokter? Ik voel me weer prima, nou ja de jeuk in mijn armen, maar de verpleegster zei dat het door de hechtingen kwam. Ik zal blij zijn als ze eruit zijn.’

‘Ik ben dokter Lankhorst. Je bent eerder bij mij onder behandeling geweest,’ zegt hij en maakt een aantekening op een formulier. ‘Van mijn collega begrijp dat de littekens nagenoeg zullen verdwijnen. Kun je je nog herinneren wat er in het museum…, het Rijksmuseum van Oudheden is gebeurd?’

‘Het gif doktor. Dat het na ruim 3000 jaar nog zou werken: daar had ik niet op gerekend.’

‘Het gif? Dat is interessant Peter. Hoe ben je daarmee in aanraking gekomen?’

‘Dat zat verborgen in de scarabee! Maar waarom vraagt u dat, dat heb ik toch aan de politie verteld. En waar is uw collega, doktor Vermeer? Hij zou de hechtingen eruit halen.’

‘Hij komt vanmiddag,’ zegt Lankhorst geruststellend. Hij leest opnieuw het proces verbaal van de politie. Archeoloog? ‘En, heb je het geheim opgelost Peter?’

‘Het geheime compartiment. De naald met het gif zat daarin verborgen.’

De broche, natuurlijk. ‘Daar wil ik graag meer van weten. Vindt je het goed als we daar morgen over praten Peter?’

Peter haalt zijn schouders op. ‘Als u dat wilt.’

‘Graag zelfs. Tot morgen Peter.’ Terwijl hij wegloopt neemt Lankhorst zich voor na te vragen of er een herhaling van een van de Indiana Jones avonturenfilms op tv is geweest. Meer was er niet nodig om Peters geest tot een levensecht avontuur te verleiden, helemaal als Peter zijn medicijnen niet innam.

Naschokken

De kansel trilt. Pastoor Wolf ziet het, ook de onrust die over zijn kerkgangers trekt. Met vaste stem schakelt hij over naar het slot van zijn preek: na de zegen zal hij ze naar buiten leiden. Grote kaarsen vallen om, het middenschip schudt, neerdalend stof; pastoor Wolf kijkt omhoog, naar waar het kraakt. Hij heft zijn handen en roept de Heer, roept om Zijn zegen.

 

Die blaatkop! Niets kunnen ze geheim houden. Stug trapt hij door.

‘Meneer Stam, verschijnt u met trillende knieën voor de commissie?’, roept de journalist terwijl deze voor de toegangspoort springt en de gepimpte microfoon als een degen naar voren steekt.

Roze spraakknots, symbool van cabareteske journalistiek; stand-up nieuwsgaring waardoor zelfs ervaren politici over hun woorden struikelen, niet hij: hij vreet komedianten. Met een zwier zwaait hij zijn rechter been over het zadel en ketent zijn fiets aan het hek: veilig. Dan draait hij zich om. ‘Meneer Harker, ik herinner mij weer wat ik de afgelopen vijf jaren niet gemist heb.’

‘Meneer Stam, u komt boete doen voor de aardbeving van Delfzijl?’

‘De commissie onderzoekt de oorzaak van het instorten van de Oude Kerk. Alle vragen van de commissie zal ik zonder terughoudendheid beantwoorden. Het is ook aan de commissie om conclusies over de schuldvraag te trekken.’

‘Honderdeenentwintig gewonden, dertig doden waaronder drie kinderen die nog een heel leven voor zich hadden: raakt u dat niet.’

‘Zeker, en mijn gedachten en medeleven gaan nog dagelijks uit naar de slachtoffers, naar hun familie en vrienden, naar iedereen die door dat onvoorspelbare leed getroffen is.’

‘Onvoorspelbaar… Heeft uw ministerie in het jaar vóór de verwoestende aardbeving geen onderzoek laten uitvoeren naar de aardschokken in Groningen?’

‘Dat is correct. Het onderzoek gaf aan –’

‘Dat er maar één oorzaak voor de aardschokken in het gebied was: de gaswinning.’

Die grijns… ‘Zoals u zich misschien herinnert, meneer Harker, was het mijn opvatting dat men elkaar laat uitspreken. Dat standpunt is in de afgelopen jaren niet veranderd.’

‘De conclusies van dat onderzoek ook niet meneer Stam: hoe groter de aardgaswinning hoe groter de kans op een zware aardbeving. Heeft u toen de verkeerde beslissing genomen?’

‘Er is een gedegen risicoanalyse uitgevoerd. De kans dat dezelfde persoon twee keer de hoofdprijs in de lotto zou winnen was groter,’ hij sluit zijn ogen, – de cijfers van de Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse, onuitwisbaar gebeiteld in zijn brein: € 2.744.541 per dode, € 282.164 per ziekenhuis gewonde – even, ‘dan dat er een zware aardbeving zou komen. `Een besluit om te stoppen met de aardgaswinning rechtvaardigde het verlies van 11 miljard aan aardgasbaten niet. De aardbeving was een gemiddelde aardbeving: 4,8 op de schaal van Richter. Dat de beving optrad tijdens een bijzondere viering in een 16e eeuws kerkgebouw dat daarna gesloten zou worden voor restauratie kon niemand voorzien.’

‘Heeft u vermindering van de gaswinning overwogen, of gaf de crisis de doorslag?’

11 miljard: per jaar!  ‘‘Het had niets met de economische crisis…’ Stam kijkt op zijn horloge. ‘Excuus, de commissie wacht.’

Schrijfpauze…

Schrijfpauze, het laat weinig ruimte voor wilde fantasieën over wat er bedoeld wordt, expliciet of impliciet. De werkelijkheid is, in ieder geval voor mij, dat mijn schrijfpauze niet betekent dat ik niet meer schrijf. Zo schrijf ik voor mijn blog, geef al tikkende reacties op andermans – kan andervrouws ook ? –  schrijfsels of doe creatieve vingeroefeningen die zich bijvoorbeeld uit in een inzending voor een schrijfwedstrijd.

Het geestelijk archief

Wat het wel betekent? Het manuscript van Hamer heb ik opzij gelegd. Niet omdat ik er “klaar mee ben”. Nee, het manuscript ligt tijdelijk in het digitale archief opgeborgen. Die digitale locatie, hoe handig dat tegenwoordig ook is, is niet waar het om draait. Het opbergen in het geestelijk archief, daar draait het om. De onderbreking van aandacht op tekstopbouw, van de zoektocht naar taalvirtuositeit, de drive om een (geweldig) debuut te publiceren.

Correctieblind

Er wordt in verschillende publicaties op gewezen: er komt  een moment waarop je correctieblind wordt, blind voor je eigen schrijfsels. Dat je niet meer ziet waar de spanning wegzakt, karaktertrekken door elkaar lopen, taalkundige fouten niet meer ziet en verbeteringen feitelijk een verslechtering worden. Dat is het moment om een manuscript opzij te leggen, zoals ik heb gedaan, zes weken terug. Ik kan weer met frisse blik lezen.

Zelf doen

“Kan ik helpen met snijden?”, vraagt Annelies.
Het is de jaarlijkse week wintersport. Le Corbier Frankrijk dit keer en een heel huis voor onze groep van zes. Vandaag is het mijn beurt om voor het avondeten te zorgen. Het recept voor de quiche is aangepast op de lokaal verkrijgbare producten: het wordt een aardappel-venkel-champignon-paprika ovenschotel.
“Dat hoeft niet, de aardappels zijn al gedaan.”

“Merci Madam”, zeg ik en pak mijn bankpas en de kassabon aan. Terwijl ik naar mijn auto loop berg ik ze op in mijn portemonnee.
“Je vindt het toch niet erg dat ik hier ben gaan zitten?”, zegt Annelies als ik achter het stuur ga zitten.
“Nee hoor, gezellig.”
“Ik heb de hele reis nog niet voorin gezeten.” Ze wrijft met haar hand langzaam over het dashboard, voelt het ruw gevormde kunststof, maakt kennis met de voor haar nieuwe plek.

Ik start de auto en kijk naar Annelies. Enkele seconden gaan voorbij, dan kijkt ze naar mij, ze fronst. “Voorin moet je wel de gordel omdoen.”
“Oh.” De ogen zijn groot.
Ik lach, “anders gaat de auto piepen.”
“Als je moe bent moet je het zeggen, dan rijd ik.”
Ik zet de auto in de eerste versnelling en trek op.

In het westen worden de wolken aangelicht door de ondergaande zon, wij moeten naar het noorden. Nog 450 kilometer naar Maastricht, de snelheidsregelaar op de toegestane 130, het navigatiesysteem geeft aan dat we er om 00.05 uur zijn. Met de stuurbediening geef ik Johnny Clegg and Savuka een stem in de beperkte ruimte. “Tijd voor Afrikaanse sferen,” zeg ik.
“Wil je een dropje of pepermuntje?”, vraagt Annelies.
“Nee dank je, ik kan overal bij.”

“Zijn we al in Belgiē?”, vraagt Annelies.
“Bijna, we zitten nog net in Luxemburg.” Ik trek de middenarmsteun omhoog en pak het snoepblik uit het opbergvak. “Iemand een Ricola?”
De armsteun wil niet terug. Met een hand probeer ik orde in het opbergvak te creēren.
“Lukt het?”
Mijn vingers zitten klem tussen twee blikken en de wand van het opbergvak. “Ja hoor.”
“Zelf doen.”
… Ik trek mijn hand terug.
Annelies neemt het over.

 

2012 in retrospectief? Nee dank je.

2012 ten einde

Zoals aan alles komt ook aan dit jaar een einde. Ik kom in de verleiding er een cliché aan te koppelen, maar ik doe het niet, ik vertik het, het is te eenvoudig, te kinderlijk. Ik wil niet terugblikken op 2012. Geen retrospectief over de veronderstelde gemene deler die 2012 kenmerkt. Waarom ook? Met zoveel mensen die vanuit hun eigen perspectief kijken, wordt  elke uitkomst daardoor niet als onevenwichtig beschouwd?

2012 in historisch perspectief

Bovendien wordt het jaar doorkruist vanuit historisch perspectief. De geschiedenis voorspeld dat dit jaar te eindigen op 21-12-2012.  Als je daar over nadenkt, en als weldenkend mens is dat een niet te stoppen eigenschap, betekent het dat er na de 21ste er geen perspectief meer is: voor niemand! Zul je net zien: geen oud en nieuw, geen oliebollen, geen champagne, wel een knal! En als ik ergens een hekel aan heb is het geluidsoverlast.

Doorstomen naar 2013

Ach, ik ben geen doemdenker of familie van Sombermans: in het ergste geval slaan we kerst dit jaar over en stomen direct door naar 1 januari 2013. Proost! Oh nee, er was geen champagne…

1 2 3