Category Archives: Korte Verhalen

Onweerstaanbare Haagse aantrekkingskracht

Vanuit zijn stoel kijkt hij door een van de ramen van de torenkamer naar buiten. Het Haagse heeft al vroeg een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem gehad en nu zit hij in het centrum van de macht, zonder alles in zijn macht te hebben: de laagstaande zon dwingt hem met zijn ogen te knijpen; zijn functie dwingt hem compromissen te sluiten. Gewoontegetrouw doorloopt hij de tekst op zijn beeldscherm nog een keer voor hij op ‘verzenden’ klikt. Ook de inhoud van deze e-mail is een compromis. De onverzettelijke tijd geeft niet de ruimte om zijn gedachten scherper te verwoorden, om meer van zichzelf te laten spreken zonder eenkennig  te zijn. Hij is een bestuurder die moet verwoorden wat er door de verschillende partijen gezegd en afgesproken is. Zijn eigen stem mag de anderen niet zo overstemmen dat  zij zich er niet meer in terug horen. Het stuk wordt nog door het secretariaat doorgenomen voor het openbaar komt. Het is reservetijd voor een heldere ingeving. Tijd die zelden benut wordt. Zijn aandacht wordt getrokken door het geluid van iemand die door de gang rent. De deur wordt opengegooid.

“Papa!”

Zij is zijn geheim. Haar onbevangen openheid herinnert hem steeds zonder vooroordeel te luisteren. Zij voedt zijn energie. Haar  ongeremde ontdekkingsdrift stimuleert hem veranderingen nieuwsgierig te benaderen.  Zij is zijn belangrijkste achterban. “Dag Lotte, lieve schat van me. Krijgt papa een knuffel van je?” De vraag is retorisch. Hij kan nog net zijn armen openen om Lotte op te vangen die zich op hem stort en haar armen om zijn nek slaat.

“We hebben een ijsje gegeten en ik heb met mamma nieuwe schoenen gekocht en morgen ga ik bij Milou spelen, oh een vogel!” Lotte rent naar het raam en klimt op de stoel om de meeuw die op de raamdorpel is geland te bewonderen.

Hij staat op en loopt naar Eline die achter Lotte aan de kamer binnengewandeld is. “Dag schat.” Hun kus is teder.

“Heb je de krant gezien? Je artikel staat er in, letter voor letter.” Opgewonden slaat Eline de krant open.

Hij neemt de krant over en leest hardop: “Laten we over onze schaduw heen springen, door Ruud Maanzaad, de nieuwe wethouder van Integratie en Cultuur.” Glunderend kijkt hij naar zijn vrouw. De aandrang om het hele artikel uit te spellen is sterk. De opwinding die hij in zijn jeugd voelde bij het lezen van een spannend verhaal komt weer terug als het plan om de verschillende culturen in de stad bij elkaar te brengen voor zijn ogen ontvouwt. Het is zijn tekst, zijn idee.

“Papa!”

Hij kijkt naar Lotte die van de stoel klimt en zich naar hun omdraait. De laagstaande zon werpt haar schaduw door de kamer. “Dat heeft papa toch goed gedaan, Lotte!”, zegt hij trots.

Met haar ogen naar de grond gericht springt ze vooruit. Dan kijkt ze achterom en vervolgens glunderend naar haar vader. “Dat kan toch niet papa, over je schaduw springen!”

Dit was mijn inzending voor de schrijfwedstrijd “Laten we over onze schaduw heen springen.” Niet genomineerd, jammer.

Een perfecte dag.

Morgen wordt hij honderd. Wordt pa honderd op 2 mei 2050. Een perfecte dag, hoe wreed is de tijd. Hij houdt zijn gezicht voor de scanner en na een piep van herkenning zwaait de deur open. Zonder te treuzelen loopt hij naar binnen. Achter hem valt de deur in het slot. In de huiskamer zit pa in zijn gemakkelijke stoel. Hij kijkt naar een praatprogramma op de televisie. Zijn vader kijkt op als zijn schaduw over het beeld valt. Pa fronst.
‘Nou, pa, nog een dag.’ De verwarring trekt langzaam uit het gezicht.
‘Ja, jongen. Nog één dag.’
“Jongen.” Zijn ogen zoeken het gezicht van zijn vader af. Zoeken de afspiegeling van wat er nu in zijn vader omgaat. Zoeken houvast voor zijn eigen emotie.
‘Koffie jongen?’
Een “ja” rolt uit zijn mond voor de vraag tot hem doordringt. ‘Blijf maar zitten, ik…’ Het heeft geen zin. Pa is al uit zijn stoel opgestaan en loopt naar de keuken. Hij gaat op de bank zitten.
‘Komt Ans niet? Ze is er morgen toch wel?’
Hij hoort de verontrusting in de stem. ‘Ik moet je haar groeten overbrengen.’ De ijzersterke genen van zijn vader beschermde hem en Ans tegen bijna alles. Soms werden ze verkouden, maar dan lag het halve land al met griep onder de dekens. Maar echt ziek? Nooit!
“Jongen.” Er zijn drie jaar voorbij gesloft sinds de diagnose. Het waren de gebeurtenissen daarvoor die in zijn geheugen stonden gebrand – Van een kant sneed de hogesnelheidstrein met 420 kilometer per uur de tunnel in, de goederentrein denderde van de ander kant naar binnen. Uit de dubbele coïtus zou niets goeds voortkomen: er was maar een spoor. Binnen een half uur werden de eerste traumamakende beelden op alle media getoond. Het extra nieuws nam ook bezit van zijn projectiescherm. De vraag of Ans in díé trein zat hamerde direct tegen zijn middenrif. Ans was op weg naar hem. Hij had haar gevraagd of ze een paar dagen voor de verjaardag van pa wou komen, pa leek in de war en hij wist niet wat hij moest doen. De stilte in zijn hoofd gaf het antwoord lang voor de officiële bevestiging: Ans was dood. Er was een treincrash voor nodig om zijn zus kapot te krijgen –. Er was geen begrafenis of crematie: de grond was te duur en cremeren niet efficiënt. Een eenvoudige ceremonie van een halfuur, meer tijd was er niet nodig om te lichaam in een poeder te veranderen. Wie de overblijfselen wou meenemen kon nog kiezen in welke vorm. Zijn vader wilde, nee, kón het niet bevatten. De arts concludeerde Alzheimer.

‘Alsjeblieft, melk en suiker staan op tafel.’
Hij pakt de koffiemok van zijn vader aan. ‘Dank je wel pa.’ Hij drinkt zijn koffie zwart, al 20 jaar.
‘Zorg je wel goed voor de tuin als ik weg ben?’ Pa is weer gaan zitten.
‘Geen zorgen pa, de nieuwe bewoner houdt ook van tuinieren. Dat heeft hij bij de bezichtiging gezegd.’
‘De nieuwe bewoner?
‘Ja pa, je komt hier niet terug.’
‘Waar moet ik straks dan wonen?’
Pa weet het niet meer. ‘Dat is allemaal geregeld pa.’ Zijn stem slaat over: ‘Maak je nou maar geen zorgen.’ De niet begrijpende uitdrukking op het gezicht van zijn vader doet dat met hem. Het is goed dat pa het niet meer weet. Dertig jaar terug dachten ze nog dat de zorg onbetaalbaar zou worden als iedereen steeds ouder werd. De laatste vijftien jaar konden ze bijna alle ziekten snel genezen en anders ging je dood. In beide gevallen waren de zorgkosten beperkt. In het “bijna” zat het probleem verscholen: de klassieke ziektes van de hersenen, die konden ze niet genezen. Daarvoor is er de begeleiding gekomen. Het klinkt heel humaan: “Wet van eindfasebegeleiding”. Tien jaar is erover gesproken. Vier regeringen waren er op gesneuveld. Drie jaar is de wet nu actief. Drie jaar is de termijn. In die tijd wordt er niet behandeld. Hij wil de laatste dag niet somberen. ‘Pa, heb je woensdag het voetbal gezien?’
Het gezicht van pa begint te stralen: ‘Ze worden weer kampioen!’
‘Als ze vanavond winnen.’
‘Natuurlijk winnen ze, ze spelen tegen Zeeland. Die hebben in de laatste vier wedstrijden maar een keer gelijkgespeeld en de rest verloren.’
Pa onthoudt de dingen, heel even; het werd zojuist op de televisie gezegd. ‘Eerst zien, dan …’
‘Waarom kijk je niet hier?’
Even aarzelt hij, dan laat hij de blijdschap die de vraag in hem oproept toe. ‘Leuk, dan haal ik chinees.’
‘Met bier?’ Het klinkt hoopvol. De begeleidingsinstelling staat geen alcohol aan de bewoners toe.
Hij lacht: ‘Ja, met bier.’
Het is iets na negen uur als hij de woning van zijn vader uitloopt. Hun laatste avond: een voetbalavond. Het is lang geleden dat hij zijn vader zo opgewonden en blij heeft gezien: zijn club is weer kampioen. Het was een perfecte dag.

De lentezon voelt aangenaam warm op zijn huid, neutraliseert de koele ochtendbries. Uit de bomen klinkt een harmonieus lied, gezongen door in groen verscholen vogels. Muzikale begeleiding op zijn weg naar pa. Een perfecte dag. Hij haalt diep adem voor hij het gebouw binnenloopt.

Zijn vader zit in zijn gemakkelijke stoel. Een kleine reiskoffer met wieltjes staat ernaast. Na een reis van honderd jaar is het eenvoudig pakken. Zijn hoed er bovenop: die mag hij niet vergeten. ‘Hallo pa.’
‘Hallo jongen.’ Verwachtingsvol kijkt hij langs mij heen. Dan weer de verontrusting: ‘Is Ans er nog niet?’
‘Ans wacht op jou pa.’ Hij weet niet waarom hij het zegt. Hij moest het zeggen: het is wat hij voelt.
‘Dan is het goed.’
Hij gaat op de bank zitten en kijkt zijn vader aan. Perkament gezicht, knokkig lichaam, raspende stem, heldere ogen, geen stok om te lopen, geen medicijnen om te plassen, geen apparaat om te horen: een lichaam honderd jaar met trots gedragen. Alleen het geheugen, het geheugen laat pa in de steek.
Hij hoort de buitendeur opengaan en kijkt opzij. Het is een begeleider. Zij draagt een zacht blauw pak zonder revers met een satijnen gloed. Het geeft haar een vredige uitstraling. Ze duwt een rolstoel.
‘Goedemorgen meneer Kaars, ‘ begroet ze enthousiast. ‘Ik zie dat u al klaar bent voor de reis. En u zoon is ook gekomen. Dat is mooi.’
‘Ik ga naar Ans.’ Een lach tekent nieuwe rimpels in het gezicht van pa.
‘Dat is fijn. Zal ik u helpen om in de rolstoel te komen?’ Dan richt ze zich met een verontschuldigend schouderophalen naar mij. ‘Het is voorschrift. Als iemand valt en daarbij gewond raakt moet het uitgesteld worden.’
Ik knik begrijpend. Dat klinkt goed: “Uitgesteld worden.” Pa zit al in de rolstoel.

De begeleider helpt pa uit de rolstoel en loopt met hem de vertrekruimte in. De beeldschermen die de zijwanden vormen vertonen grasland met grazende koeien. Een herkauwer kijkt hun hypnotiserend malend aan. Pa is op een boerderij opgegroeid. Ik blijf bij de deur staan.
Pa draait zich naar mij om. ‘Kom je niet mee?’
‘Nee pa, ik kom later. Ans is er al.’

Pa knikt. ‘Nou, dag jongen.’
‘Dag pa.’
De deur gaat dicht. Ik ben vergeten pa te feliciteren.

Ik ben de enige in de ontvangstkamer. Het sereen witte kruis aan de muur symboliseert geloof zonder gebonden te zijn aan een godsdienst. Rustgevende muziek zonder zichtbare bron golft zacht door de ruimte. Het zonlicht wordt door de kleurrijke glas-in-loodramen onthard. Er is geen klok.
Dan gaat de deur open. Het is de begeleider die binnenkomt. Er kan hooguit een halfuur verstreken zijn. In haar handen draagt ze een 30 cm hoge sculptuur. Door de bijna doorschijnende witte structuur lijkt de vorm telkens te veranderen. De basisvorm is mens. Voorzichtig neem ik de sculptuur van haar over: ‘Hij is prachtig.’
‘Ja, dat is hij zeker.’ Ze wacht even terwijl ik het beeld bestudeer. ‘Wilt u hier nog even zijn?’
‘Nee, dank u. Het is tijd dat we naar huis te gaan.’

Thuis zet ik het beeld naast de andere sculptuur. Pa is weer bij Ans.

Verwarrende ontmoeting in het bos.

Het bos, een plek van rust. Even een wandeling om het hoofd leeg te maken. Het is nog geen vijf minuten lopen van mijn huis en het weer is goed. De makkelijke schoenen aan en een jas mee tegen niet voorspelde regen.

Het is weer druk, in dit deel van het bos. Het is nog vijf minuten lopen om door de familiezone te komen. In die ruimte is ook geen plek voor mij. Ik ben een wandelaar zonder gezelschap. Ik pas niet in het beeld van de mensen die hier zijn.

Het is een vrolijk geluid, spelende kinderen in het bos. Ik laat het achter me. De stilte wordt gedomineerde door kwiterende, krassende en koerende vogels.

“Kees!”

Verbaasd kijk ik om. Wie roept mij? Andermans trouwe viervoeter loopt op mij af. De kwispelende staart verteld zijn nieuwsgierigheid. Ik zie niemand.

“Kees!”

De hond kijkt om. Ik kijk op. Een man stapt tussen de bomen door op het pad. Kees rent naar de man. Wat een vreemde naam voor…

masterclass in cabareteske journalistiek.

Vanavond was ‘de’ Rutger Castricum van Pownews, bekend bij het TV publiek en berucht onder politici, bij De Wereld Draait Door. Rutger beantwoorde de vragen van Mathijs van Nieuwkerk over het aftreden van Job Cohen met hem kenmerkende ongenuanceerde ‘charme’. Het leek het begin van een stukje leuk gemaakte TV. Dat wil zeggen: leuk voor mensen die van afzeik-TV houden. De eerste journalistiek hoogstandjes van Rutger met Cohen kwamen al in beeld. Mijn hand ging al automatisch naar de afstandsbediening voor een zap… Toen reageerde Felix Rottenberg vanuit het publiek. Op scherpe toon typeerde hij de wijze van interviewen van Rutger als cabareteske journalistiek. Hij kreeg bijval van Frénk van der Linden. Beiden hadden kort daarvoor bij Mathijs aan tafel gezeten om hun reactie op het vertrek van Cohen te geven. Rutger probeerde te pareren, maar was geen partij voor de beide doorgewinterde TV makers en debaters. Zichtbaar ongemakkelijk wendde Rutger zich voor steun naar Mathijs met de vraag dat hij hier toch gekomen was om zijn boek te promoten? Mathijs, die duidelijk plezier had in dit spontane TV moment, gaf de ruimte aan het duo Felix en Frénk. Na een minuut leek het alsof Rutger door Mathijs uit het debat bevrijd werd. Leek.

Toen mocht Rutger alsnog over zijn boek praten. Hij had het geschreven zodat hij als schrijver, nee, auteur ­– (?) – , naar het boekenbal kon. Mathijs pakte het boek en demonstreerde hoe hij er door gebladerd had. Bij het zien van de betrekkende blik van Rutger nuanceerde hij dat hij ook stukjes had gelezen, zoals over wat je aan moet op Ibiza: “teenslippers en een wijde broek”. Tafelheer Jan Mulder reageerde kort daarna met: “Ja, daar heb je wat aan” en “dat kriebelt mij.”
Later mengde Jan Mulder zich ook in de discussie met een opmerking over kijkcijfers. Rutger: “Kijkcijfers zijn toch heel goed, toch 300.000 tot 400.000 kijkers.”Jan keek geamuseerd. Mathijs glimlachte onvervalst breeduit. Jan Mulder nam zijn verantwoordelijkheid als meester-afmaker – daarvoor moet je uitzending gemist zien – “Voor een dagelijks programma op Nederland 3 doen wij het toch goed,” voegde Rutger er aan toe. – Heerlijk. –  .

Herhaling op uitzending gemist van de vara  http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/gemist. Ook voor mezelf om te zien waar ik mogelijk enigszins ‘ongenuanceerd’ ben in mijn commentaar. Ongenuanceerd commentaar? Waar heb ik dat eerder gezien…

Heerlijk zo een masterclass in cabareteske journalistiek.

Debuteren als schrijver? Tandpasta!

Ik zit midden in het proces van het schrijven van mijn boek “Hamer”. Hoe verder ik kom, hoe sterker ik de associatie met het starten van een nieuw bedrijf heb. Als ik een nieuwe tandpasta had bedacht – dat heb ik niet – zou ik aan veel dezelfde zaken tijd moeten besteden. Bij de tandpasta (het boek) kan ik proberen een producent (uitgever) te vinden die mijn product (boek) op de markt wil zetten en mij daarvoor een vergoeding betaalt. De concurrentie in nieuwe producten voor mondhygiëne (nieuwe titels in romans/thrillers) is moordend. Daarom is het erg lastig een producent (uitgever) te vinden die bereid is te investeren in de tandpasta (het boek).

Een mogelijkheid is het product onder eigen merk in de markt te zetten. Lessen uit de consumentenmarketing als de “4 P’s” (Product, Prijs, Plaats en Promotie), afstemmen op doelgroep en verdringingsmarkt komen daarbij weer boven. Een pakkende naam als het nieuwe merk, het product de tandpasta (het boek).

Een succesvolle introductie is meer dan een product voor een redelijke prijs: het moet “aaibaar” zijn, een hebbeding, er moet over gepraat worden. Over een rookbruine tube tandpasta (een roman met een foto van Balkenende op de cover) wordt misschien wel gepraat, maar of het een verkoopsucces wordt? De doelgroep moet duidelijk zijn: kindertandpasta of natuurlijke ingrediënten (studieboek of thriller)? De financiering moet op orde zijn. Het aloude gezegde dat de kosten voor de baten uit gaan is ook hier van toepassing. De promotie moet bij de doelgroep passen en deze bereiken. Een lovend artikel over een nieuwe tandpasta (prachtig kinderboek) in het Financieel Dagblad wordt misschien met belangstelling gelezen maar of daarmee nieuwe afnemers gevonden worden?

Wat voor elk debuut geldt, is geloof in het product en kwaliteit. Om van de eerste ruwe versie een goed product te maken is tijd nodig. Een tandpasta die geweldig smaakt en poetst, maar in de mond aanvoelt als zand is geen slecht product: het is nog niet uit ontwikkeld.

Zo is het ook met mijn boek: het is nog een beetje ruw. Het moet gepolijst worden.

Over( )schrijven

Kriegelig verwerk ik de reacties van mijn editor. Het zijn niet de correcties op spelling en interpuncties die mij raken, het zijn de commentaren op de inhoud die als een regenbui op mijn humeur neervalt: “te bonkig”. “je verliest de lezer!”, “wat voelt hij hier?” Ze weet toch dat ik wil schrijven, niet overschrijven!

Woorden herschikt, alinea’s herschreven, zinnen die vloeien. In mijn hoofd breekt de zon door wanneer ik de tekst herlees en ervaar hoe het aan kracht gewonnen heeft. Uit een laatste wolk in mijn hoofd valt een koele druppel; ze heeft niet altijd gelijk. Er is altijd een “ik” die ook gelijk wil hebben.

De ontknoping van het boek vormt zich in mijn hoofd. Twee scenario’s vechten om het sterkste einde. Twijfel spreekt een woordje mee. De gestelde deadline vraagt om een besluit. Het sluitstuk moet raken om het verhaal te laten doorklinken: een einde dat wordt afgehamerd en nadreunt! Ben ik er klaar voor om het verhaal te laten eindigen?

Het Lot

Lot uit de loterij..

Beide pinautomaten stuk! Hoe krijgen ze dat voor elkaar? Dan maar de boekenwinkel in. Bij het daar gevestigde postagentschap kan ik ook pinnen. Dat is een flinke rij! Neem ik het risico? Mijn horloge laat zien dat ik nog 25 minuten heb tot mijn afspraak met Moniek. Zij is goedlachs en juriste, charmant en een beetje stoer, knap en vooral: ze gaat met mij uit! Met haar tapas eten in een Spaans specialiteiten restaurant en van daaruit naar de kroeg. Tegenwoordig kun je overal pinnen dus met twee euro en een pinpas op zak moet ik een heel eind komen. Wordt zij mijn lot uit de loterij?Op dat moment speelt het spookbeeld door mijn hoofd.

‘Pas ongeschikt. Betaal anders.’ De onverbiddelijkheid van de boodschap wordt niet verzacht door de vrolijke blauwe letters in het moderne zwarte LCD scherm van de pinpas lezer. Het opgelaten gevoel springt van mijn maag naar mijn borstkas waardoor het ademen moeilijk lijkt te gaan. Onverwacht waait een frisse wind langs mijn voorhoofd, nee, het is het verkoelend effect op mijn huid van de eerste minuscuul kleine zweetdruppeltjes die zich uit de poriën van mijn voorhoofd persen, waarvan de gewaarwording het ongemakkelijke gevoel alleen maar versterken. Glimlachend kijk ik opzij naar het tafeltje waaraan Moniek zit. Tot nu toe liep de avond perfect. “Een moment”, zeg ik tegen de serveerster en loop naar Moniek. Ze blijft glimlachen wanneer ik haar vraag om af te rekenen met het excuus dat het stomme apparaat mijn pinpas niet kan lezen. Terwijl ze opstaat en langs mij heen loopt richting de serveerster zie ik haar gezicht veranderen; wat een sukkel!

Ik steek mijn hand uit en trekt een volgnummer. Nog negen mensen voor mij. Waarom is er maar een balie open? Ze weten toch dat het op zaterdagochtend druk is? Voor mij staat een vrouw van midden in de dertig met een niet onaardig, bijna knap gezicht en een goed figuur. Tenminste, dat denk ik te zien aan het onderste deel van haar lichaam dat verpakt is in een strakke spijkerbroek. De dikke winterjas verhult de rest. Met haar kont voor mij heb ik tenminste iets aangenaams om naar te kijken. De gedachte komt in mij op dat er maar een element hoeft te veranderen aan de situatie om het gevoel te laten doorslaan naar ongemakkelijk of juist onpasselijk: de leeftijd. Als midden veertiger kijk je toch niet verlekkerd naar tieners óf oudere vrouwen die je moeder hadden kunnen zijn?

Het schiet al op, nog maar zes wachtende. Ik sta naast het bord met de schreeuwende reclame voor de oudejaarsloterij. Deze zorgvuldig gepositioneerde boodschap – als miljonair het nieuwe jaar in 2 x 25 miljoen!- roept weerstand bij mij op. Geldklopperij! Elk verkocht lot verkleint de kans op het winnen van de hoofdprijs, laat staan elke prijs. Een loterij wordt niet georganiseerd om deelnemers gelukkig te maken! Nee, het doel is verrijking van de organisatie om het salaris van het veelkoppige bestuur te betalen. Dat gelijktijdig een verzameling goede doelen profiteert van extra inkomsten is een commerciële succesformule gebleken. Dat alles met de staatsrechtelijke zegen van de regering die zijn niet onaanzienlijke deel met en beminnelijke glimlach incasseert. Het mag allemaal van mij: een passende vergoeding voor de werknemers en directie; donaties aan het goede doel; geld voor de staatskas; maar doe niet alsof het voor mij gedaan wordt. Nog 4 klanten voor mij. Waaronder opa. Opa wacht ook geduldig terwijl hij steunt op zijn rollator, de mobiliteitsgarantie voor de ouderen. Ik vraag me af of zijn rollator te klein is, of dat door een combinatie van ouderdomskwalen als osteoporose en reuma opa zo krom is geworden dat hij precies bij de handvaten kan. Mijn blik dwaalt weer af naar de spijkerbroek en mijn gedachten naar de inhoud ervan. Niet verhullend is de uitdrukking maar er valt genoeg te fantaseren!

“WILT U EEN STAATSLOT?”

De betrekkelijke rust in de winkel én mijn gedachten worden verstoord door de luide stem van de baliemedewerkster. Nu pas valt mij de beide vleeskleurige gehoorapparaten achter de oren van opa op. Dat ze die dingen minder opvallend maken is prima, maar zouden ze er niet beter voor kunnen zorgen dat je er beter mee kan horen?

“WILT U OOK EEN OUDEJAARSLOT”

Ik zie dat opa ja knikt. Natuurlijk zie ik het! En buiten mij is iedereen in de winkel gefascineerd door het auditief visuele schouwspel.

“HET IS WEL DUURDER. ZAL IK EEN HALF LOT DOEN?”

Opa reageert niet. Hij heeft het niet gehoord of begrepen of beide. Wat moet opa eigenlijk met het staatslot?

“EEN HALF LOT KOST 14 EURO. MAAR DE PRIJS IS WEL HOGER, 25 MILJOEN EN OOK VOOR DE JACKPOT”

Ik zie dat opa knikt. Wat moet opa eigenlijk met 25 miljoen? Een dikke sportrollator kopen? Een gouden gehoorapparaat? Geeft zijn hart niet de laatste vreugdeklappen als zijn hoofd begrijpt dat hij de hoofdprijs heeft gewonnen? Gaat hij het weggeven aan zijn kleinkinderen die hij al 6 maanden niet heeft gezien omdat ze zo druk zijn met buitenschoolse activiteiten? De loterij maakt zelf slachtoffers onder de ouden van dagen. Ha, opa neemt met bevende hand zijn lot in ontvangst. Overtuigd dat hij de prijs heeft of parkinson?

Even later is spijkerbroek aan de beurt. Zij is snel klaar en ik kijk de broek na als ze wegloopt.

“Waarmee kan ik u van dienst zijn?”, vraagt de baliemedewerkster.

“Ik wil graag 150 euro opnemen en geef ook maar een straatje oudejaarsloten.”

 

1 2