Category Archives: Buitencategorie – om over na te denken

We kunnen er niet omheen, wie wij zijn…

Wie zijn wij? Wat willen wij? Waarom verwachten wij…? Wij als in u en ik, uw buurman, mijn buurvrouw, uw baas, mijn chef, uw beste vriend, mijn ergste vijand. Heb ik antwoorden? Ik heb vragen!

Waarom roepen we om zelfbeschikking terwijl we eisen dat we van de wieg tot de dood verzorgt worden? Waarom zoeken we uitdagingen om ons te ontplooien en zijn we bang voor verandering? Waarom reizen we naar de uithoeken van de wereld maar staan we argwanend, zo niet afwijzend, tegenover nieuwe buren als die niet hetzelfde kloffie dragen als de andere buren, laat staan dat het kloffie gedragen wordt door mensen die niet op ons lijken? Waarom rollebollen de bollebozen van de gevestigde socialistische organisaties over het beeldscherm terwijl een nieuwe economie van ongebonden sociale en grenzeloze samenwerking ontstaat? Waarom voelen we genoegdoening bij het zien van de radeloosheid bij de gewone man/vrouw van de zwakste eurolanden op de volgende crisismaatregel terwijl zij, net als wij, geen andere schuld hebben aan het ontstaan van de crisis dan het periodiek kleuren met het rode potlood? Waarom verwijten van onze medici en zorginstellingen dat ze zoveel kosten maken terwijl we eisen dat ze alle mogelijke middelen in zetten om onze dood zo lang mogelijk uit te stellen? Waarom vrezen we de eenzaamheid en zijn er steeds meer alleengaanden? Waarom…

Is het angst voor de vrijheid, of de zucht naar dwang? Is het dat we bang zijn dat ons iets onthouden wordt, of is het een afkeer voor verrassingen? Is het onze drang naar individuele vrijheid, of willen we de geborgenheid van samenzijn? Is het dat we uiteindelijk alleen aan onszelf denken, of willen we ons verbergen in het collectief?

Is dat het? Het is niet volledig of alles omsluitend, maar onmiskenbaar. We kunnen er niet omheen of erbuiten: we zijn onderdeel van het collectief in al haar veelvormige overeenkomsten, ieder een element van de mensheid.

Verhalenvertellers met overtuiging

Met de onzekerheid van iemand die eens in de drie jaar met de trein reist stapte ik in: was dit wel de 2de klasse? Een blik op het interieur stelde mij gerust en ik nam plaats op de eerste vrije plek. Niet dat het druk was, maar op deze zitplaats had ik niemand naast me. Terwijl de trein vertrok pakte ik de Metro die iemand had achtergelaten. Een groot deel van het nieuws werd in beslag genomen door de aanstaande verkiezingen. Zei ik nieuws? Ik bedoelde de verwoording van bekende standpunten en tegenstelling tussen Samsom en Rutte, de spanningsloze strijd tussen Roemer, Wilders en Pechtold, het hopeloze opportunisme van Slob en Sap. Het te late inzicht van het CDA werd geïllustreerd door de afwezigheid in die editie, maar misschien had ik een over een treurtijding heen gelezen?  Het leek wel komkommertijd in de politieke journalistiek. Met een zucht legde ik de krant terug.

‘Het zijn illusionisten van een onbestaanbare toekomst.’

‘Sorry?’, reageerde ik verbaasd.

‘De politici, ze scheppen een toekomstbeeld dat niet zal uitkomen. We hoeven alleen in de recente geschiedenis te kijken om die waarheid te zien.’

‘Oh ja? De files zijn behoorlijk afgenomen, de export groeit en er zijn minder illega….’ Daarna viel ik stil. Het waren de enige wapenfeit die ik zo snel kon bedenken en de vragen, in hoeverre die door voorgaande kabinetten in gang waren gezet en of de oorzaak in de sterk veranderde economische situatie lag, drongen zich op.

‘Uit uw stilvallen maak ik op dat ik de groeiende werkeloosheid, ondermaats onderwijs en explosief stijgende zorgkosten niet hoef te noemen?’

Ik kon slechts instemmend knikken.

‘De door politici voorspelde uitkomsten die waarheid worden berusten voornamelijk op toeval.’

‘Toeval ? Ik neem aan dat de berekeningen van het CPB een deugdelijkere onderbouwing hebben als een kansberekening.’

‘Ze doen wat ze kunnen maar zijn slechts de rekenmeesters van een toekomst waar verandering buitengesloten is. Hun berekening is niets meer dan een voorspelling.’

‘Ik geloof dat ik het niet helemaal begrijp…’

‘De eurocrisis in Europa, een zeebeving die de kerncentrales van Fukushima verwoesten, de Arabische lente: het zijn de niet of nauwelijks onvoorspelbare zaken  die een sterke invloed hebben op de recente ontwikkelingen in Nederland.’

‘Dat is te makkelijk, het zijn de zaken waar je geen beleid op kunt voeren.’

‘Nee, maar  neem nou de recente discussie over de stijgende zorgkosten.’

‘Ja,’ zei ik hoorbaar verbaasd. ‘Dat is toch juist een punt waar ingrijpen  onvermijdelijk lijkt?’

‘Op het eerste gezicht wel. Alleen de eerste gepersonaliseerde medicijnen op basis van  genentest worden al toegepast. Hoe lang duurt het nog voor de geneeskunde daarmee effectiever en ook goedkoper wordt? Vijf jaar? tien jaar?’

‘Dat neemt niet weg dat…’ Ik kreeg de kans niet mijn zin niet af te maken.

‘En het overgrote  deel van de toegenomen zorgkosten ontstaan in iemands laatste twee levensjaren, de jaren waar ouderdomsverschijnselen en levensverlengende zorg elkaar ontmoeten. Hoe ver moeten we daar in gaan? Waarom hoor je daar de politici niet over?’

‘Dat begrijp ik wel, dat is niet allen politiek gevoelig, het is een ethische kwestie.’

‘En de oudedagsvoorziening:  zodra het evenwicht tussen het aantal mensen dat met pensioen gaat en de in Nederland beschikbare mensen die de vrijkomende arbeid kunnen invullen verstoort raakt, ontstaat daardoor dan geen nieuwe arbeidsmigratie? Moet de pensioenleeftijd niet meegroeien met de levensverwachting? Er ontstaat toch altijd een nieuw evenwicht?’

De trein remt af en ik besef dat het mijn halte is en sta op. ‘Interessante discussie, maar ik moet er hier uit.’

‘Het zijn verhalenvertellers met een overtuiging maar zonder visie. Je kan het de politici alleen niet teveel aanrekenen.’

Mijn aandrang om de tot stilstand gekomen trein te verlaten verloor het van mijn nieuwsgierigheid: ‘Waarom niet?’

‘Politici zijn slechts waarzeggers zonder voorspellende kristallen bol, daar verandert hun overtuiging niets aan.’

 

Terwijl ik over het perron liep bedacht ik dat ik vaker met de trein moest reizen: in de auto zou ik zo een gesprek nooit gevoerd hebben, laat staan met mezelf.

Vergiftigt CVZ het Nederlands zorgstelsel?

Je kan van alles vinden van het conceptadvies van het College van Zorgverzekeringen (CVZ) om dure medicijnen voor enkele zeldzame ziekten niet meer te vergoeden[1], maar niet dat ze bang zijn voor het maatschappelijk debat. Voor de patiënten die het betreft, en hun directe omgeving, moet het een  schok zijn. Het gaat om hun leven en de kwaliteit van hun leven met een ernstige ziekte. Ik ben niet ziek, ik ken niemand met een zeldzame ziekte, het treft mij niet. Schouderophalen en verdergaan dus… niet. Vanaf het eerste moment dat ik op het NOS nieuws hoorde vroeg ik mij af welke gedachte erachter zit? Kan Nederland de kosten niet langer dragen, of wordt het CVZ sinds kort bestuurt door cijferfetisjen (het moeilijke woord voor cijferne..)?

Om met het laatste te beginnen: ik denk het niet. De goede lezer haalt hier al enige twijfel uit. Twijfel die wordt veroorzaakt door de achtergrond van de leden van de Raad van Bestuur en de Raad van Advies[2]. Hoe groot is de invloed van de voormalig bankbestuurder, de wiskundige en de voorzitter van de RvB die “als bestuurslid van de stichting aeDex de belangen van woningcorporaties bij vastgoedindexeringen behartigt”? Natuurlijk, alle mensen in beide bestuursorganen hebben een aansprekende maatschappelijke, politieke en/of bedrijfsmatige achtergrond en opleiding. Maar als zij ons gezond verstand ter discussie stellen, mag ik dan vragen naar hun motivatie en onderbouwing?

Om terug te komen op het eerste punt, de centenkwestie, zoals het CVZ aangeeft gaat het om 85% van 44 miljoen voor de ziekte van Pompe en 11 miljoen voor het medicijn tegen de ziekte van Fabry[3], totaal 48,4 miljoen Euro. De totale begroting 2012 voor de zorguitgaven, het Budgettair Kader Zorg uit zorgpremies en Rijksbegroting, bedraagt 67 miljard en een beetje[4]. Het ‘beetje’ is ruim 187 miljoen. Uit dat ‘beetje’ kunnen ze de kosten voor de behandeling van de ziekten van Pompe en Fabry al 4 keer betalen.

Natuurlijk, een besparing van 48,4 miljoen per jaar bij stijgende zorgkosten is heel veel geld, en, om het in perspectief te plaatsen, het is minder dan 1 promille van de begroting voor de zorgkosten 2012. De gedachte erachter, datgene waar de maatschappelijke discussie over gevoerd moet worden, is welke zorg gaan we als Nederlandse maatschappij aan onszelf in de toekomst bieden?

In een reactie op televisie werd de vraag gesteld of het niet logischer zou zijn om mensen die bewust ongezond leven, zoals een zware roker die op hoge leeftijd longkanker krijgt, geen dure behandeling meer te geven. Wat is dat:  hoge leeftijd? Als je met pensioen bent/ De pensioenleeftijd is op zichzelf al een niet eenduidig begrip. En komt na de zware roker de zware drinker? In beide gevallen kan het CVZ wel flinke stappen maken in het drukken van de kosten: er zijn 800.000 zware rokers en 1,3 miljoen zware drinkers volgens Jellinek. Dan kan het CVZ toch heel wat mensen van behandeling uitsluiten, al kan het CVZ zich niet rijk rekenen door de aantallen op te tellen.

Uiteindelijk denk ik dat de het CVZ het zorgstelsel niet wil vergiftigen maar wel dat het onderwerp prioriteit op de politieke agenda krijgt. Een bijwerking van haar actie is dat zij een stijging van de verkoop van medicijnen tegen zware hoofdpijn veroorzaakt, vooral in Den Haag en omstreken. Dit voorlopig advies past namelijk prima bij de dossiers over woningmarkthervorming, arbeidsmarkthervorming, hypotheekrenteaftrek, onderwijsvernieuwing, …

Hadden ze maar een medicijn tegen politieke besluiteloosheid, zelfs als dat medicijn een miljoen per jaar per patiënt kost: het zijn tenslotte maar 225 ‘patiënten’.