Category Archives: Hamer

Hamer: de eerste recensie en het eerste artikel

Vandaag was het zover, en best spannend: een eerste recensie. Niet in een artikel maar op de radio. In het programma ‘Aan Tafel’ van Radio M Utrecht om pressies te zijn.

Boekrecensie Hamer door Leontien van Vliet, openbare bibliotheek Utrecht

Leontien van Vliet begint met te zeggen: “In vond het een heel bijzonder boek … ” en ze sluit af met: ” … en hij grijpt de lezer wel meteen bij de lurven.” De gehele recensie begint na 24’20 en duurt 90 seconden.

In de Biltsche Courant is ook het eerste interview verschenen.

BBC_BBC-5_140618_1

 

Hamer: het boek is verkrijgbaar!

Hamer: het is gepubliceerd!

31 mei was het zover: de officiële publicatie van Hamer.

Hamer_4 boeken_c

Hamer is een misdaadroman waar mannen in een dodelijk spel om macht verbonden blijken door hun verleden, door een jonge vrouw.

De uitgever is Jitske Kingma van uitgeverij Elikser. Hamer is verkrijgbaar onder ISBN 978-90-8954-640-1 en verkrijgbaar via hun website http://webshop.elikser.nl/spannende-boeken/hamer.html, de reguliere boekhandel of andere reguliere webwinkels die boeken verkopen.

Boekpresentatie

En dan is het moment om te verdelen hoe het zo gekomen is:

Schrijven Kees van Wouw vertelt hoe het boek tot stand gekomen is

Schrijven Kees van Wouw vertelt hoe het boek tot stand gekomen is

dat schrijven!

En waar gaat het boek over? Een korte omschrijving

Als Patrick zijn reistas en -koffer voor de deur van zijn woning ziet staan weet hij dat die dag naast zijn bedrijf ook zijn huwelijk failliet is verklaard. Kort daarna wordt de curator op gruwelijke wijze vermoord. Patrick is de enige verdachte. Tijdens de politieverhoren beseft hij dat het geen toeval is. Zijn bedrijf is moedwillig om zeep geholpen en iemand probeert hem voor de moord op te laten draaien. De politie moet hem laten gaan.

Patrick probeert zijn leven weer op te bouwen en de relatie met zijn vrouw te herstellen. Ondertussen zoekt hij naar wie er achter het faillissement van zijn bedrijf zitten. Hij stuit op mannen die gedreven door macht geen middel schuwen. Dan blijken ze verbonden door hun verleden, door een weddenschap, door een jonge vrouw.

En dan signeren!

IMG_3527_c

 

 

 

 

 

 

Het is soms hard werkenFoto van Boekpresentatie 31 mei 2014_Linda Holst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar vooral heel erg leuk!_SAM5459

Hamer: de publicatie komt eraan!

Het is bijna zover; Hamer is vanaf juni verkrijgbaar via de regulier boekhandel, uitgeverij Elikser en de reguliere webwinkels.

En wat de uitgever er over schrijft:

Hamer

7 april, 2014 in Blog

Een misdadig weekje, want ik krijg een nieuw talent op bezoek die zich ook aan het genre van de misdaadroman heeft gewaagd en met succes! Mooie korte titel, Hamer, origineel idee en een zeer verrassende uitwerking. Hij heet Kees van Wouw, maar ik heb hem al omgedoopt tot Van Wow! (-2-04)

 http://www.elikser.nl/?p=2157

 

 

Onverbeterlijk en ziende blind

Ziende blind

“U heeft heel gezonde ogen.” zei een oogarts ooit tegen mij na een uitgebreid onderzoek.

Waarom zie ik er dan zo beroerd mee? Het is een vraag die ik nooit gesteld heb.

Vorige week is definitief vastgesteld dat mijn zicht verbijsterend slecht is. Hoe het zo gekomen is? Geen idee, maar na het zien van de correcties die de professionele redacteur in Hamer had aangebracht was de diagnose helder: ik ben ziende blind. Blind voor mijn eigen teksten, ook, of misschien wel juist, voor de teksten die ik zelf al meerdere keren heb gecorrigeerd. Ik heb er geen excuus voor. Wat mij blijft verbazen is dat ik veel van de taalfouten wel zie zodra ik er door een ander op gewezen word. Mijn ogen hebben ze eerder gezien, ik heb ze opgeschreven en meer dan eens herlezen, zonder dat ik de fout heb geregistreerd. Kortom: ziende blind.

De logica van de regels

Er zijn schrijf- en taalfouten die ik maak en niet herken, zelfs als iemand mij er op wijst. Het maakt niet uit hoe vaak ik de regels er ook op nasla – de ezelsoren in Het Groene boekje en Renkema’s Schrijfwijzer zijn mijn stille  getuigen – de volgende keer maak ik vergelijkbare fouten. In dit kader gebruik ik ‘vergelijkbare’ in plaatst van ‘dezelfde’ omdat dat laatste woord zou kunnen wijzen op een slecht geheugen of desinteresse, en daar is natuurlijk geen sprake van. Er moet een eenvoudigere verklaring zijn, een kort zelfonderzoek leidt tot de onweerlegbare conclusie dat mijn hersenen de logica achter de regels niet begrijpen. Dat het een taalkundige onvolkomenheid is geef ik zonder schroom toe, het gaat mij te ver om het een gebrek, laat staan een handicap te noemen: het is wel onverbeterlijk.

Het verschil.

Het artikel op nrc.nl http://www.nrc.nl/2013/2013/12/27/wie-is-de-man-die-zo-vaak-nrc-redacteuren-op-fouten-wijst/ maakt duidelijk dat ik geen uitzondering ben. Die wetenschap  maakt geen verschil. Een goede eindredacteur wel. Dat weet ik dankzij de vakkundige eindredactie van Hamer door Christien Romp van Tekstfontein.

PS: deze tekst is niet door een eindredacteur gecorrigeerd.

 

Geen vrolijkheid, gewoon een momentopname…

Een korte ontboekeming uit Hamer. Geen vrolijkheid. Ach, het is maar een momentopname…

Gekleed in schone kleding zit hij op de rand van zijn bed. De kamer staart hem aan en hij staart terug zonder iets te zien. Een emmer ijswater stort over hem uit; het dringt tot hem door: er is niets te zien! Het is alsof hij geen verleden heeft, nooit bestaan heeft. Geen foto aan de muur, ingelijst op de kast of ingeplakt in een boek als bewijs dat hij actief geleefd heeft. Alleen de ring aan zijn vinger als bewijs dat er iemand in zijn leven is van wie hij houdt: hij van haar, maar zij van hem? Geen kinderen die zijn naam in de toekomst dragen, niet met trots of gewoon, onachtzaam: ze zijn er niet. Als hij hier en nu sterft blijft er niets over, niets dan een vervagende herinnering, een voetnoot in de geschiedenis die binnen een generatie voorgoed uit de boeken verdwijnt. Het bed wordt opgetild, hoger en hoger. Zijn benen bungelen over de rand terwijl daaronder alleen een oneindig duistere diepte te zien is. Hij laat zich vallen.

Zijn verdoofde lichaam blijft liggen terwijl zijn ogen zoeken naar de bron van het gerinkel. Het duurt even voor hij zich realiseert dat het zijn telefoon is. Hij staat op, zijn oren leiden zijn ogen naar de mobiele telefoon, het rinkelen stopt. Stilte, twijfel over de noodzaak om de twee passen te overbruggen. Dan piept de telefoon. Het geluid: het is de piep die aangeeft dat de batterij leeg is. Hij weet niet waar de lader ligt, waar moet hij beginnen met zoeken? Hij gaat weer op bed liggen.

Het geluid van aanhoudend bonzen dringt door in zijn hoofd en Patrick opent zijn ogen. Aan het zonlicht dat opnieuw directe toegang tot zijn kamer heeft gevonden ziet hij dat de avond zijn tijd opeist. Er wordt opnieuw gebonsd: er staat beneden iemand aan de deur. Het lijkt erop dat hij weer wat energie heeft teruggevonden en hij besluit op te staan. Als hij de buitendeur opent kijkt hij in het gezicht van Lydia. Waarom is zij hier?

‘Patrick? Wat zie je er uit. Lag je te slapen?’ Haar gezichtsuitdrukking is een mengeling van bezorgdheid en verontwaardiging.

‘Eh, ja.’ Hij heeft geen idee hoe hij er uitziet.

Brandhout voor Hamer

Hamer: geen spontane boekverbranding

Het begint met brandhout, die conclusie durf ik te trekken na het teruglezen van de eerste versie van Hamer. De vraag is waar het eindigt: in de boekenkast of op de brandstapel? Maar zeg nu zelf, een boekverbranding in een maatschappij waar de verkoopcijfers van pornografische chicklits de stoutste dromen van uitgeverijen overspoeld: hoe realistisch is dat?

Geen open haard

Van mijn eerste boek, zei ik boek? Nou ja de warrige vertelling in driehonderd gebundelde bladzijden waarvan de editor het na 30 bladzijden opgaf; ik weet waar dat ‘boek’ beland is: in een nis van mijn uitdijende digitale ruimte, verbit. Er is ook een versie op papier, in een kast, in mijn woning; ik heb geen open haard.

Veel brandhout

Wat ik tot nu toe geschreven heb: de anekdotische vertellingen, de doordachte korte verhalen, de hoofdstukken van twee dikke manuscripten; wat is dat dan? Wat is er nodig om ergens leuk de brand in te krijgen, laten we zeggen een flink kampvuur waar een grote groep mensen een hele nacht en langer plezier van hebben? Juist: aanmaakhout, sprokkelhout en brandhout, veel brandhout!

The Big Picture: stapels die zwabberen

Oké, het brandhout is er. Wanneer wordt het vuurtje aangestoken? Het is een bekende verontschuldiging op voorhand: “Ervaringen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.” Mijn ervaring is dat de vorige keer het hout nog te nat was, sterker nog: ik had niet eens een stapel. Dat is waar ik nu mee bezig ben: stapelen – zeg maar de “big picture”. Zoals een proeflezer onverbloemd, daardoor onvolprezen, aangaf: “dilemma/conflict: zorg dat er tijdsdruk komt.” en “Het middenstuk is langdradig. m.i. omdat het zwabbert.” Stapels die zwabberen, daarmee krijg je een vuur niet goed aan het branden, en opschonen, nietsontziend de natte troep opschonen.

Tekstontwikkeling van eerste manuscript naar verhaal…

Een kijkje in de ontwikkeling van Hamer.

Hoe een tekst verandert na een manuscriptbeoordeling en de reacties van proeflezers van de aangepast versie? Of je moet zoeken naar de verschillen?

Huidige versie

Ingrid doet open. Hij ziet de schrik die in haar ogen verschijnt. Die blik weerspiegelt zijn gemoedstoestand, de hulpeloze verwarring en de snerpende pijn van verlies dat hij voelt. Het is een verschijning die hij zelf de deur zou wijzen, als het geen vriend zou zijn.

‘Kom binnen,’ zegt Ingrid nu zichtbaar bedroefd.

Zwijgend loopt Patrick de hal in, hangt zijn jas op en loopt de woonkamer binnen om in een hoek van de driezitsbank weg te kruipen. De stramheid in zijn kuiten en de vermoeidheid in zijn voeten dringt zich nu pas op. Zijn lichaam voelt nu ook. Hij heeft meer dan twee uur gelopen. Ingrid komt uit de keuken en zet een kop heet water met daarin een zet-het-zelftheezakje voor hem neer. Het water is nog niet eens verkleurd.

‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vraagt Ingrid zachtjes, nadat ze op een stoel is gaan zitten.

‘Op vakantie.’ Vakantie is een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’ De ontsnappingsmogelijkheid heeft hij aan Ruud te danken. Hij heeft mijn vrouw zover gekregen dat Ruud zijn motor en motorkleding vanmiddag heeft kunnen ophalen.

‘Oh.’ Ingrid knikt.

Begrijpt ze dat hij hier niet kan zijn omdat de vrijheid om niets te hoeven doen hem beangstigd? Dat hij moet vechten om hier door te komen en dat hij zelf de vijand is die hij moet verslaan? Patrick kent Ingrid goed genoeg om te weten dat ze met hem meeleeft en dat hij niet weg hoeft. Maar ze kan niets doen. Het maakt niet uit wat ze ervan vindt, het is zijn strijd. Hij neemt een slok van zijn thee en sluit zijn ogen.

Met een druk op de knop komen de twee cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceert een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens liggen van het toegestane geluid. Ze verkondigen de belofte van instant vakantie en directe vrijheid. Normaal wordt hij vrolijk van dat geluid. Nu herinnert het Patrick eraan dat hij meer vrijheid heeft dan hij handelen kan. Het rijden op de machine moet de sombere chaos in zijn hoofd verdringen; de concentratie die het rijden vraagt laat geen ruimte over voor andere gedachten. Daarom is de Stelvio zonder twijfel de beste reisgezel die hij nu kan verdragen. Hij trekt zijn handschoenen aan, schakelt de motor in zijn eerste versnelling en rijdt kalm weg. Bij de hoek van de straat steekt hij een hand op naar Ruud en Ingrid. Terwijl de motor versnelt voelt hij de koude lucht die nog in de ochtendschemering heerst in zijn gezicht. Amper een uur later rijdt hij Duitsland binnen. Op weg zonder een ander doel dan het nu achter zich te laten.

Wat de manuscriptbeoordelaar te lezen kreeg

‘Kom binnen,’ zei Ingrid nadat ze de deur had geopend.

Zwijgend liep ik de hal in, hing mijn jas op en liep de woonkamer binnen om in een hoek van de 3-zits bank weg te kruipen. De stramheid in mijn kuiten en de vermoeidheid in mijn voeten drong zich nu pas op. Mijn lichaam voelde nog wel. Ik had meer dan twee uur gelopen. Ingrid kwam uit de keuken en zette een kop heet water met daarin een zet-het-zelftheezakje voor me neer. Het water was nog niet eens verkleurd.

‘Wat ga je nu doen Patrick?’, vroeg Ingrid, nadat ze op een stoel had plaatsgenomen.

‘Op vakantie,’ hoorde ik mezelf tot mijn eigen verbazing zeggen. Vakantie was een vriendelijk eufemisme voor ontsnappen aan de werkelijkheid.

‘Vakantie?’

‘Weekje met de motor rondtoeren om mijn kop leeg te blazen. Misschien dat ik daarna logisch kan nadenken.’ De mogelijkheid had ik aan Ruud te danken. Hij had mijn vrouw zover gekregen dat hij mijn motor en motorkleding vanmiddag had kunnen ophalen.

Met een druk op de knop kwamen de twee cilinders van de Moto Guzzi grommend tot leven. De Stelvio produceerde een aangename diepe brom. Diepe bassen die op de grens lagen van het toegestane geluid. Ik trok mijn handschoenen aan, schakelde de motor in zijn eerste versnelling en reed kalm weg. Bij de hoek van de straat stak ik een hand op naar Ruud en Ingrid. Terwijl de motor versnelde voelde ik de koude lucht, die nog in de ochtendschemering heerste, door de motorkleding heen. Amper een uur later reed ik Duitsland binnen. Op weg zonder een ander doel dan het nu achter mij te laten.

Hamer: “laat zien, vertel niet!”

Eindelijk is het zover: de definitieve versie is af! Definitief in de zin dat het verhaal staat, het plot duidelijk en de karakters spreken. De twijfel over de persoonsvorm is weg en de ontknoping is op advies aangepast. Dan is er nog een weg te gaan: proeflezers.

Proeflezers: het geluk van de schrijver.

Proeflezers, de ongebonden betrokken vrijwilligers die lezen met passie. Lezers die hun indrukken, gevoel en – door het lezen van honderden zo niet duizenden boeken – ervaring willen teruggeven aan mij, de schrijver. De eerste reacties van de proeflezers heeft mij duidelijk gemaakt dat ik de persoon ben die zich gelukkig mag prijzen.

Verplichting

Verschillende mensen, verschillende meningen. Dat is duidelijk uit de eerste reacties. Het is prachtig om de verschillen in beleving terug te krijgen, te ervaren met welke energie en aandacht het gelezen is. Het schept ook een verplichting. De verplichting om er iets mee te doen. Waarover ik het heb? “Laat zien, vertel niet!”

Laat zien, vertel niet!

Het is iets wat ik herken uit de boeken die ik gelezen heb. Een karakter moet je meenemen in zijn verhaal, emotie, pijn, verdriet. Een vertelling raakt niet. Een vertelling is informatief. Het is een nuttig, nee noodzakelijk element in een boek. Het moet wel op het juiste moment in het verhaal gebruikt worden. In het eerste hoofdstuk heb ik dat niet voor elkaar gekregen. De oplossing: werk!

Een gedeeltelijke “ontboekeming”

Het is mijn eigen uitvaart! Met moeite weet Patrick de deur van de kantine open te trekken. Hij dwingt zichzelf naar binnen te gaan. Patrick krimpt ineen als de deur met een klap achter hem dichtvalt. De zwaarmoedige stilte van het verzamelde personeel golft over hem heen. Weg! Hij wil hier weg! Patrick kijkt naar de starende gezichten van de mensen die geholpen hebben zijn bedrijf groot te maken. Bij een enkeling ziet hij nog een glimp van hoop, de verwachting van een wonder op het gezicht. Zijn maag smeekt om een zuurremmer. Een onzichtbare hand knijpt zijn keel dicht. Zijn mond lijkt gevuld met zand. Hij slikt een aantal keer en schraapt zijn keel. ‘Ik ben er niet in geslaagd het faillissement te voorkomen. Na vandaag heeft een curator het voor het zeggen.’

Er wordt gevloekt, een stoel omver getrapt.

‘Ik dank jullie voor de inzet en fijne samenwerking.’ Patrick hoort het zichzelf zeggen. Hoe stom dat klinkt! 

Hij ziet de vertrouwde gezichten maar kent de gezichtsuitdrukkingen niet. Hij hoort de vragen die ze op hem afvuren. De woorden raken hem. Toch pareert hij niet: geen verontschuldigingen. Ze gaan over een toekomst waarin hij onverbiddelijk buitenspel is gezet. Hij zegt niet dat het hem spijt dat het zo gegaan is. Dat het de schuld van de financiële crisis is, van de bank. Het zouden gekunstelde woorden zijn, aaneengeregen tot nietszeggende zinnen.

Nadat de woede en frustratie in de ruimte is neergeslagen begint de uittocht. Een voor een lopen zijn medewerkers langs hem naar de uitgang: zijn voormalige werknemers. Ieder neemt op zijn manier afscheid. Elke uitgestoken hand, de opbeurende of berustende woorden, de teleurgestelde of verontschuldigende blik: ze trekken iets uit hem. Als de laatste persoon vertrokken is blijft de leegte over.

 

 

Hamer: “begin opnieuw”! (2)

De conclusie van de redacteur na het lezen van het manuscript van Hamer is onverbiddelijk: “begin opnieuw”. In de vorige blog heb ik al verteld dat het mij raakte. Doordat ik ook verhaalt heb wat de redacteur inhoudelijk schreef, reken ik erop dat je begrijpt dat ik het niet met een schouderophalen afdoe. Wat ik niet verteld heb is dat ik een deel van zijn onderbouwing wegliet. Waarom? Dat doet er niet toe nu het hieronder alsnog te lezen is. Daarnaast, en misschien wel het belangrijkste, vertel ik wat ik met zijn reactie ga doen: opgeven, herschrijven of opnieuw beginnen?

Stijl

Over de stijl is het niet louter kommer en kwel: “verder valt er op de stijl niet veel aan te merken, behalve dat de taal te flets is om voor leesgenoegen te zorgen.” Nu ben ik benieuwd wat er gebeurd als er wel veel aan te merken is, maar om bij het onderwerp te blijven, de opmerking is dat de twee hoofdpersonen geen of nauwelijks herkenbare persoonlijkheid hebben. Als onderbouwing wordt aangegeven dat “het temperament, de stemming en de intenties van dat personage moet in de taal terechtkomen, zodat de taal gekleurd wordt door ironie, sarcasme, ontroering, chagrijn enzovoort.” Voor de dader onderschrijf ik die conclusie, voor de hoofdrolspeler niet. Natuurlijk, er zijn dialogen waar de tegenstelling scherper kan en het karakter of de stemming van de hoofdpersoon sterker neergezet kan worden.

De personages

De hoofdlijn is al benoemd ”persoonlijkheid”. Dat wordt ook voor twee van de belangrijkere bijrollen, de echtgenote en de vriend, genoemd. Hier om de omslag in karakter tussen het begin en het einde van het verhaal. Voor de vriend in het verhaal zie ik dat ik te grote stappen heb genomen, niet overdreven, ongeveer vier mijl… Voor de echtgenote niet, in mijn beleving, misschien, moet ik naar kijken. Het risico dat wordt aangegeven is dat een goede interactie tussen hen en de hoofdpersoon daardoor niet mogelijk is. Die interactie heeft ook invloed op de dialogen en, zo wordt benadrukt, “dat om een boeiend verbaal duel te creëren , wat elke goede dialoog moet zijn, de personages altijd tegenover elkaar gezet moeten worden, ook als de ‘goeden’ tegen over elkaar zitten.”

Plot en inhoud

Hier wordt de redacteur “streng”.  De door mij gekozen verrassende ontknoping “‘eindigt’ te open voor een thriller.” De conclusie wordt gevolgd door het advies dat het een verrassing is die in de regel niet gewaardeerd wordt door redacteuren. Mijn snelle weerwoord: “maar wel door de lezers?”, wordt ingehaald door het besef dat mijn ego ook de vingers over het toetsenbord kan laten bewegen.

Het advies waar ik mee begonnen ben: “begin opnieuw” wordt in enkele helder geformuleerde zinnen toegelicht. “Geef de hoofdpersoon een echte tegenstander, niet een spook waarmee hij niets te maken heeft. Zorg dat er meer tussen de personages gebeurt. Hoe meer intense interactie er is, des te minder komt het verhaal als een mechaniekje over. Zet uw grote kennis van het onderwerp, zowel technisch als financieel-zakelijk, in om de thriller niet alleen van spanning te voorzien maar ook van ‘inhoud’.” Een ding is duidelijk aan het eind van dit tweedelig blog: alles tussen de eerste zin en deze laatste alinea mag u snel weer vergeten. Ik ben namelijk de auteur die met het tussenstuk aan het werk wordt gezet.

De beoordeling van het manuscript van Hamer is gedaan door Hans ter Mors van Bureau Script Noordwijk.

1 2 3